Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

156

DE BOUWKUNST DER GRIEKEN.

Fig. 161. Ornamenten van Grieksche vaasbeschilderingen. (Naar Jones e. a.)

een snoer, waaraan parelen en Fig. gouden schijfjes geregen waren en bij kleeding of haardracht der ouden gebruikelijk was. In regelmatige afwisseling is de astra¬

gaal, bestaand uit een dunne staaf, waarop telkens naast één kogel of ellipsvormig lichaam twee vertikale schijven bevestigd zijn, een geliefkoosd motief uit den Attisch-Dorischen, Ionischen en Korinthischen stijl, welk motief de bladrijen aan het architectuurdeel verbindt.

7. Ook de cannelures zijn als orneering te beschouwen. Aangebracht op alle cylindrische steunpunten, b.v. zuilen, en kandelaarschachten in de kunstnijverheid, geven ze deze, doorloopend over de geheele lengte, een onbuigzaam karakter. Een uitzondering vormen de zuilen van den tempel te Ephesos, waarvan het benedendeel figuraal is versierd, en het bovenste deel gecanneleerd. Over vorm en aantal cannelures van de zuilschachten in de verschillende orden spraken we reeds. Een afwijkenden vorm van cannelures vertoonden de triglyphen, kleine pijlers, terwijl de ondiepe Dorische cannelures zeer dicht de geschilderde naderen, waarvan evenwel geen voor¬

beelden bekend zijn.

157. h, 1 en m.

Vrijzwevend ornament bedekt alle boven de ruimte aangebrachte deelen, die aan een of meer zijden zijn Fig. 157. 5. ondersteund, b.v. onderkant kroonlijst, de onderkant van balken en architraaf (vlechtbanden) en cassetten van de zoldering, waarvoor stervormen in aanmerking komen of ornamenten, die zich van een middelpunt uit ontwikkelen. Daar ook de metopen een afsluitende functie hebben, is ook het ornament, hier op aangebracht, vrij zich ontwikkelend van uit het middenpunt. Terwijl eigenlijk ook de droppels, guttae, uit de Dorische orde tot het vrij- Fig. 134. zwevend ornament gerekend kunnen worden.

9. De palmet en de akanthus. De palmet, van Aziatischen oorsprong, rust op de aanraking van twee symmetrisch geplaatste S-vormig omgekrulde ranken. Soms ook breidt de palmet Fi(

159.

Sluiten