Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

172

DE BOUWKUNST DER GRIEKEN.

door poorten, waartoe ook de bovengenoemde Toren der Winden (Horologion), geoouwd Fig. 178. door Andronikos van Kyrrhos, behoort. Te Athene op de markt staat ook nog, gedeeltelijk, een Dorische poort.

Een raadhuis of bouleuterion is nog in plattegrond gevonden te Olympia. Een vierkante zaal in 't midden is geflankeerd door 2 grootere, langwerpige, die in halve cirkels eindigen; alle drie zijn naar de voorzijde open door een gemeenschappelijke Dorische zuilenvoorhal. De zalen waren door een zuilenrij in het midden verdeeld in twee beuken.

Het koninklijk paleis besloeg een heel stadskwartier, waarvan het woonhuis zelf een groot peristyl vormde, waaromheen de vertrekken voor de hofhouding, de troonzaal, de kapel, heiligdom, museum en bibliotheek. Zoo b.v. te Pergamon. 3. Het woonhuis was klein van afmeting, en opgebouwd uit natuur-en baksteen en hout; Fig- 168. deze z.g. vakwerkbouw was weinig duurzaam, wat tot gevolg had, dat er van het Grieksche e' 9' h' woonhuis bijna niets bewaard is gebleven, zoodat er ook weinig van bekend is. Grootere huizen hadden een mannenafdeeling: andronitis, een vrouwenafdeeling: gynaikonitis en een zuilenhof: peristyl of aula.

Het meerendeel der huizen was echter klein, omdat de man zich voornamelijk in het openbare leven bewoog en de Grieksche vrouw slechts een ondergeschikte positie innam. In deze huizen waren de vertrekken gegroepeerd om een open binnenplaats; ook was aan de voorzijde een voorhal, die bij grootere huizen in een zuilenhof werd veranderd. Overigens waren de huizen naar de straatzijde volkomen afgesloten, zonder iets wat ook maar eenigszins op gevelarchitectuur leek.

Sluiten