Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

176

DE BOUWKUNST DER ETRUSKERS.

.. . ..... ........... ......................................... versjer(jmej.S(.er)<ujjSDrjn_

gende menschenhoofden. De Augustusboog te Peru g i a (zoo genoemd, omdat de oorspronkelijke poort, verwoest i 400 v. Chr., door keizer Augustus in Etruskischeh stijl weder werd hersteld), de Porta Marxia te Perugia, evenals de vorige voorzien van een geprofileerde lijst langs den rondboog, en de stads-

[„ n n irnn i-iH i.»miimi.»ihi nitimi»wiini| poort te ra Ier ii zijn nog

£ Fig. 182. Etruskische tempel van Jupiter Capitolinus. (Naar Canina). £ goed bewaard gebleven.

tn«mi i miri-ri—t-r-'— Een andere toepassing

van tongewelf geven de waterafvoerkanalen. Het hoofdriool te Rome, uitmondend in den Fig. 181.7. Tiber, de Cloaca maxima, is het afvoerkanaal van het forum romanum, en tevens het oudste voorbeeld; het werd n.1. in de 6e eeuw door Etruskische werklieden gemaakt.' Bestaand uit eigenlijk twee gewelven op elkaar, is het binnenste gewelf uit buitengewóón zware blokken steen samengesteld, wat wijst op een hoogen ouderdom. Ook dit tongewelf heeft een spanning van 4 M. Latere onderzoekingen hebben uitgemaakt, dat dit kanaal in den vroegen keizertijd is gerestaureerd. 4. Grafmonumenten. De Etruskische grafmonumenten zijn vrijstaand of rotsgraven. Oostersche en Egyptische invloeden zijn aan te wijzen; toch is van oriënteering niets bekend. De Fig. 180. graven van vóór de 5e eeuw zijn meestal in tumulusvorm, zooals ze ook door de Lydiërs werden en ' gebouwd. Meestal bestaan ze uit een hoogen vierhoekigen of cylindervormigen onderbouw van metselwerk, met een kegelvormigen of prismatischen bovenbouw.

Deze tumuligraven bevatten in den regel meerdere grafkamers. De beroemde cucumella te Vulci rust op een onderbouw, die een middellijn heeft van 63 M. Boven het midden verheft zich een vierhoekige toren van 9.50 M., en hieromheen gerangschikt staan er nog 4 kleinere kegelvormige. De tumulus bij Monterone heeft een omtrek van 203 M., die te P o g g i o G a j e 11 a bij C1 u s i u m (C h i u s i) een omtrek van 268 M. Verder treft men tumuligraven aan te Caere (Cervetri), Tarquinii (Corneto), terwijl ook het uit lateren tijd afkomstige grafmonument van de Horatii ên Curiatii bij Albano hiertoe gerekend moet worden. Dikwijls ontstonden tumuli door eenvoudig in den onderbouw zand te storten; rondom stonden dan versierde gedenksteenen, tot 2 M. hoog, of, bij uitzondering, grafsteenen met een afbeelding van den gestorvene.

De rotsgraven vormen heele necropolen; de onsterfelijkheidsleer vereischte goed verzorgde graven. Men kan ze onderscheiden in twee hoofdsoorten: a. die met een uitwendige gevelarchitectuur en b. die zonder eenige uitwendige aanduiding.

Sluiten