Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

180

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

Fig. 183. Tibereiland met de pons Fabricius en de pons Certius.

heden ten dage de wereld een voorbeeld gaven van staatsinrichting, rechtswetenschap en organisatie, misten het fijne gevoel voor kunst en schoonheid. Tal van Grieksche kunstenaars werden naar Rome geroepen, die Rome een Grieksch uiterlijk gaven met een Romeinsch cachet, vooral daar de Romeinen zich technisch goede leerlingen toonden van de Grieksche kunstenaars. Toch staat de kunst tot het Romeinsche volk in een andere verhouding dan tot het Grieksche; ze was middel, geen doel; doel was het stichten van groote, schitterende, maar vooral doelmatige bouwwerken, die praktisch en degelijk zijn moesten in de eerste plaats. Wat de beeldhouw-, schilderen kunstnijverheidskunst betreft, is deze geheel te beschouwen als een zuiver Helleensche nabloei op vreemd grondgebied. ;••••••••••••••••••••••«•••••.•••...•••••..•••.•....•...............................

Als Rome geheel is doortrokken van Helleenschen geest, begint de verbreiding van de Romeinsche bouwkunst naar alle hemelstreken. Romeinsche constructies treffen we aan in' Gallië en Germanië. Zoowel de Kelten, die Noord- en Midden-Europa bewoonden, en nog in de La Tèneperiode verkeerden toen ze door Caesars legioenen werden teruggedrongen, als de oude Oostersche kuituurvolken, konden niet anders, dan de Romeinsche kunst aanvaarden, die tot 312 n. Chr., het jaar van Constantijns overwinning op Maxentius en daardoor de erkenning van den Christelijken godsdienst, de leidende bleef. Dan echter verplaatst zich in 330 het centrum van de bouwbedrijvigheid naar Byzantium; en als in 395 Theodosius de Groote het

Fig. 184. a. Prostylos, Augustustempel te Pola. b. Tempel van Minerva te Tebessa, in Algiers, c. Tempel van Fortuna virilis te Rome.

Sluiten