Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

182

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

3.

Fig.

186. Dorische orde van het forum te Pompeji.

(Naar Hauser-Reich).

Romeinsche rijk in tweeën deelt, duidt dit jaar het einde aan van de Romeinsche kunst, en tevens van de klassieke kunst in Europa,

2. De Romeinsche bouwkunst begint met de combinatie van de Etruskische en Grieksche vormen; ze is vooral gebaseerd op de toepassing en verdere ontwikkeling" van de Etruskische gevelconstructie in verband met den Laat-Griekschen zuilenbouw. Waar bij het Romeinsche streven ; alles zich richtte naar de constructieve overdekking door gewelven, kon de zuilenbouw niet anders dan in de 2e plaats in aanmerking komen. Bovendien waren zuilen berekend voor horizontale overdekking, en hadden ze geen draagvermogen genoeg voor grootere gebouwen van meer dan één verdieping, zooals het Romeinsche volk ze noodig had. Allerlei nieuwe bouwvormen vonden dus toepassing, terwijl de zuil een meer decoratieve rol ging spelen, en slechts als decoratief dragend motief tegen de muren werd geplaatst. Hoe schitterender zich de gewelfbouw ging ontwikkelen, hoe meer de Grieksche bouwvormen hun oorspronkelijke beteekenis gingen verliezen en ontaardden. Constructie en versiering werden

niet uit één oorspronkelijke gedachte geschapen, doch door de Romeinen voor elkaar pasklaar gemaakt, waarbij het hoofddoel was: het scheppen van indrukwekkende grootsche gebouwen met fraaie onderlinge verhoudingen.

Is dus de constructie zuiver Romeinsch, de combinatie is eveneens oorspronkelijk, en van beteekenis voor de bouwkunst van alle latere tijdperken. Vooral ook, omdat de gewelfbouw het groote voordeel bezat boven den Fig. 185. zuilenbouw, dat hij uit kleine steenen kon worden samengesteld. Toch was de constructie zoo goed, zoo technisch af en zoo solide, dat nu nog de ruïnen ons met bewondering vervullen. Duizenden jaren bleven muren en gewelven staan, dank zij de techniek, de uitstekende kalk, en het, door niet toepassing van hout, verminderde brandgevaar. Van zeer veel belang voor de latere bouwkunst zijn ook de details, die, hoewel alle aan de Grieksche ontleend, karakteristieke veranderingen ondergingen bij het pasklaar maken voor bouwwerken van groote afmetingen, waarbij zich de eisch van krachtige werking op groote hoogte deed gevoelen, en in 't algemeen een minder streng streven merkbaar was: de Romeinsche constructies werden aangekleed met Romeïnsch-Grieksche bouwvormen.

Duidelijk zijn in de Romeinsche kunst 2 perioden te onderscheiden.

1. Ontstaan en ontwikkeling, de overgang van Grieksche kunst naar de ontwikkelde Romeinsche.

Sluiten