Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

186

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

Fig. 190. Kapiteel van den Vestatempel te Tivoli.

: Anceiet en Nênot).

Diana,

Vesta,

Minerva,

Venus,

meer belang dan de Romeinsche. Wel werden in Italië in de eerste eeuwen verscheidene tempels gebouwd, maar ze vormden al heel spoedig verreweg het kleinste gedeelte van de grootsche bouwwerken. De Romein nam meer deel aan de politiek, trok naar het marktplein, het forum, en het was daar, dat de belangrijkste openbare bouwwerken ontstonden.

Tot de voornaamste goden, aan wie tempels werden gewijd, behooren: Jupiter, Apollo, Vulcanus, Neptunus, Mars, Mercurius, overeenkomend met de Grieksche namen:

Zeus, Apollo, Hephaestos, Poseidon, Ares en Hermes, terwijl de zes godinnen, hierbij behoorend zijn: Ceres,

Demeter overeenkomend.

Juno,

met de Grieksche namen

Hera, Artemis, Hertia, Athena, Aphrodite en

Onder deze waren de allervoornaamste Jupiter en zijn vrouw Juno; Pluto de beheerscher van de onderwereld, Mars, de god van den krijg, Venus, Mercurius, de handelsgod, en Vesta, de beschermster van den huiselijken haard.

In den Laattijd der Romeinsche kunst, deden, behalve deze Grieksche, ook andere godsdiensten zich gelden, en onder deze vooral de Egyptische Isisdienst en de Perzische Mithraskultuur.

2. De tempelbouw. In Italië heeft de tempel, tot in den Laattijd toe, bijna uitsluitend den Fig. 184. vorm van een prostylos met diepe voorhal of de voor de Romeinen karakteristieke ronde Fig. 124. 15. peripteros. „ *

In de meeste gevallen vormt de cella een korten rechthoek, of ook wel een vierkant in grondplan. Voor de steeds aanwezige anten zijn zuilen geplaatst, aldus een voorhal vormend.

Sluiten