Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

197

van vele verdienmeren hooa. Een tiid- :*•*••••*"•• " •

lang waren in Rome dan ook wettelijke voorschriften betreffende de hoogte van deze huurhuizen.

De algemeene vorm van het woonhuis is afgeleid van het Etruskische. Het keert zijn fraaiste architectuur naar de binnenplaats; uitwendig zijn de muren onversierd, zoodat voor de woonhuizen geen gevelarchitectuur bestaat. Slechts aan drukke verkeerswegen zijn naar de straatzijde werkplaatsen en winkels open. Overigens zijn de kale muren slechts door deuren doorbroken, terwijl een enkele

Fig. 196. 3. maal aan de bovenverdieping vensters zijn aangebracht. Te Pompeji zijn zelfs

Fig. 196. 2. muren met overblijfselen van erkervormige uitbouwen gevonden.

Alle groote vertrekken liggen op den

beganen grond; wijl hiervoor dus een i

groot oppervlak vereischt werd, werden | Fi9- 200- Pompejaansche schilderij. Zwevende groep. j de grootere huizen noodzakelijkerwijs »•••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••»•••

zeer diep. Op de tweede verdieping liggen uitsluitend kleinere kamers, hoogstens een eetkamer: cenaculum.

Als materiaal werd gebezigd: natuursteen, hout, pleister, lava-, tuf- of kalksteen. Zeer veel vakwerkbouw werd toegepast, travertin en hout. Alleen op de hoeken, langs deurposten en voor zuilen gebruikte men gebakken steen. Het toegepaste verband was opus incertum, of wel'reticulatum.

De vertrekken op den beganen grond zijn open naar twee binnenplaatsen: de voorste hof

Fig. 196. heet atrium, de tweede peristylium. De vertrekken om de binnenplaatsen werden oeci = feest' 611 ' zalen genoemd. Beide binnenplaatsen zijn gescheiden door de voornaamste ruimte van het voorhuis, waarin afbeeldsels van voorvaderen en geslachtsregisters van de familie werden Fig. 195. 3. geplaatst, en welke ruimte tablinum heet. In het achterhuis is de eetzaal, trichinum, eveneens in de hoofdas van het huis gelegen, het belangrijkste vertrek. Vóór het atrium ligt het ostium (vloér) en de vestibulum, nisvormig inspringend voor de huisdeur. Van het atrium naar het peristylium loopt een smalle gang, de andron, die dan een verbinding vormt tusschen het voorhuis, antica, en het achterhuis, postica. Het woonhuis is geheel bestemd voor den huisheer en zijn beroep, zoodat om het atrium de werkkamers, waaronder de alae of vleugels en

Sluiten