Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

198

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

Fig. 201. Rondtempel te Tivoli

de ontvangkamer (tablinum). In het achterhuis woont het huisgezin, zoodat de gezelschapsvertrekken (exedrae), de eetzalen (trichinia), de keuken en bergplaatsen zijn gerangschikt om le 3 Per'styl'um- Achter dit alles lag de tuin, of hortus.

2. In de Romeinsche woning is geen afzonderlijke mannen- en vrouwenwoningaangebracht; wel bewonen de slaven de le verdieping.

De inrichting van het woonhuis is afgeleid van het Etruskische huis en het Grieksche; tot aan het einde van den Romeinschen tijd blijft deze inrichting in hoofdzaak gelijk, met natuurlijk tengevolge van bijzondere omstandigheden, als b.v. terreingesteldheid, bijzondere afwijkingen.

Van de lessenaarsdaken om de beide hoven, wordt steeds het water verzameld in een vloerverdieping of Fig. 196. 4. marmeren bekken, het impluvium, dat door zuilengaanderijen wordt omgeven; hoe voornamer woning, hoe grooter aantal zuilen. Vitruvius, bouwmeester uit den tijd van Augustus, onderscheidt de verschillende vormen van atria als volgt:

atrium displuviatum, waarbij het dak naar de muren helt;

atrium testudinatum, waarbij het geheel is overdekt, wat alleen bij kleinere woningen het geval kan zijn; Fig. 195. 4. atrium tetrastylum, als het naar binnen afwaterende dak door 4 zuilen, en atrium corinthium, als het door Fig. 195. 5. vele zuilen wordt ondersteund. Fig. 195. '■>-. Terwijlhij tenslotteeen dakconstructie, naar binnen afwaterend maar toch zonder zuilen, noemt: toskaansch atrium. 1 en 3. Binnenshuis waren geen deuren, doch de muuropeningen werden door gordijnen en portières afgesloten. In de ramen werd, hoewel hoogst zelden, glas gebruikt.

Sluiten