Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

201

Fig. 204. Het Pantheon van binnen.

evengroote velden of in drie, waarvan het middenste het grootst was en versierd met phantastische architectuur, constructief onjuist en in werkelijkheid onmogelijk, doch grillig en rijk Fig. 198 van vormen. Deze architectuurschildering had ten doel de betrekkelijk kleine vertrekken' Fig. 199 grooter te doen schijnen. De kleuren van het fries waren zeer licht; zelfs werd wit gebruikt; de indeeling is niet streng en de versiering licht en luchtig.

Uit den aard der zaak is van de zolders zeer weinig bewaard gebleven. Behalve de hierboven gepleisterde zijn ze ook geschilderd en dan door een geometrisch lijnenspel ingedeeld, waartusschen mensch- en dierfiguren in voorstellingen uit het dagelijksch leven of uit de mythologie.

3 In de ontwikkeling van de Pompejaansche wandschildering onderscheidt men 4 perioden. Deze hebben waarschijnlijk ook gegolden voor die te Rome.

le periode, omvattend de 3e en de 2e eeuw v. Chr. In frescotechniek werden verschillende marmersoorten nagebootst, waardoor deze periode den naam kreeg van incrustatieperiode.

2e periode, te Rome ongeveer 100, te Pompeji 90 v. Chr. Ook in deze periode werd marmer nagebootst, maar niet in stuc, doch geschilderd als bekleeding van architectuurfragmenten, die, hoewel onwaarschijnlijk, toch nog bestaanbaar zou kunnen zijn.

Sluiten