Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.. DE BOUWKUNST DER ROMEINEN. 205

2. Grafmonumenten. Uit den tijd der republiek dateeren de onderaardsche graven der Scipionen bij San ' Sebastiana. Van de vrijstaande monumenten is wel het grafteeken van Caecilia Metella bij Rome aan

de Via Appia het belangrijkst. Boven een kubusvormigen sokkel verheft zich een ronde toren van 27 M. middellijn 'Elen ruim 10 M. dikke muren. De cylindermuur is vlak en rust op een basement (bestaand uit een torus met afloop en een hollijst); naar boven is ze door een deklijst beëindigd, waaronder een fraai fries van stierenschedels en festoenen. In later eeuwen is van dit monument een soort vesting gemaakt, vandaar de kanteelen boven op de muren.

In pyramidevorm verheft zich bij Rome het grafmonument van Cajus Cestius, 30 M. in het vierkant en 47 M, hoog. Binnen de met marmeren platen bekleedde betonmuren ligt de grafkamer.

3. Basilieken. De oudste basiliek teRome isde basilica Porcia, dateerend uit 184 v. Chr. De basi 1 ica Fulvia, uit 179 v. Chr. is later vervangen door de basilica Aemilia. Op de plaats van de basilica Sem-

pronia verrees de basilica Julia, door Caesar begonnen en voltooid door Augustus. Ook te Pompeji zijn Fig. 195. 7. 3 kleinere, eenbeukige basilieken gevonden, die naast elkaar liggen, en een groote, met een groote rechthoekige in de zaal gebouwde tribune, zonder nis eri mèt een voorhal.

Nog zijn uit den vroegen tijd het forum te Pompeji, in Dorischen stijl en het tabularium te Rome, Fig. 187. het staatsarchief, eveneens Dorisch, en waaraan de zuilarchitectuur voorkomt in verbinding met bogen.

DE ROMEINSCHE BOUWKUNST UIT DEN KEIZERTIJD.

1. De bloeitijd van de Romeinsche bouwkunst valt in de le eeuw na Chr. Uit een Rome van steen ontstond een Rome van marmer. Bijna alle keizers hebben hun aandeel gehad in de uitbreiding van Rome, en deze stad met imposante bouwwerken verrijkt. Van 30 v. Chr. tot 14 n. Chr. was het Augustus, en tot 117 na Chr. waren het de Flaviers en Trajanus, waaraan de Romeinsche bouwkunst haar groote ontwikkeling dankte. Dan begint de nabloei in de 2e eeuw na Chr., onder Hadrianus en Antonius, en ten slotte de barok, in de 3e en 4e eeuw. die zich kenmerkt door overdrijving en overlading, en die tevens het tijdperk van verval vormt: Septimus Severus, Caracalla, Diocletianus en Constantijn. Van Augustus wordt geschreven dat hij in de eerste jaren van zijn regeering 80 oudere tempels liet restaureeren, 20 andere voltooien en bovendien nog 40 nieuwe deed bouwen. In den Laattijd verplaatst zich de bouwbedrijvigheid meer naar het Oosten, Spalato. Athene, Baalbek. De gebouwen in KleinAzië zijn niet alleen overladen met rijke details, maar wijken af ook in hoofdvorm. Ook ontstaan in den lateren keizertijd gekoppelde zuilen, gebogen fries, rijke verticale consolen en andere nieuwe details, die toegepast werden aan tempels, zoowel als in de burgerlijke bouwkunst.

2. De gewelfbouw. De tempel blijft in hoofdzaak nog de prostylos op hoogen onderbouw. Daar echter in de andere publieke gebouwen de boog en gewelfbouw steeds meer toepassing gingen vinden, kregen deze constructieve vormen ook invloed op den vorm van het grondplan, dat rond of veelhoekig worden kon. Wel bleef nog bij den tempelbouw de horizontale SS vlakke overdekking, met muren en zuilen als steunpunten gebruikelijk, maar ook het tongewelf met cassetten deed zijn intrede. Zoo is b.v. de dubbeltempel van Venus en Roma

te Rome door een tongewelf overdekt, hoewel aan de gevels nog een tympanon wordt aangebracht. Overigens ontstaat een voorliefde voor rondtempels.

Sluiten