Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

217

worden geplaatst, met een cornissend hoofdgestel. En ook, waar b.v. de voet van de kruisgewelven in de thermen dikwijls ontspringt op een brok hoofdgestel, dat geheel op zichzelf bestaat uit architraaf, fries en kroonlijst.

Behalve door den rijk versierden sluitsteen wordt de boog, als hij niet vlak is, meer sprekend gemaakt door een omlijsting of archivolt,die ook driedeelig is. Het drie-

Fig. 236. hoekige veld, dat tusschen boog, pilaster en architraaf overblijft, wordt meestal versierd door zwevende of zittende reliƫffiguren.

Nooit wordt de zuil toegepast in direct verband met den boog, doch steeds draagt ze, zij 't ook schijnbaar, het hoofdgestel. De boog zelf rust op een pijler of pilaster. Eerst in de 4e eeuw volgt het directe constructieve verband tusschen boog en zuil, b.v. aan het paleis van Diocletianus te Spalato. 2. INWENDIGE ARCHITECTUUR. Inwendig worden de muren onderbroken door rondboogdeuren en vensters, of wel zijn deze rechthoekig van vorm, met een

Fig. 220. geprofileerde omlijsting, soms met tympanbekroning. Verder zijn de muren door talrijke nissen verrijkt. Hiertusschen zijn zuilen en pilasterorden aangebracht, en komt een veldenindeeling tot stand door horizontale en vertikale banden. Om donkere velden loopen lichtere randen. Zuilen en pilasters worden gepolychromeerd, basementen, kapiteelen, kroonlijsten en architraven licht, het fries donker, en de zuil- en pilasterschachten, evenals de kroonlijsten, van wit carrarisch marmer vervaardigd.

Voorname bouwwerken worden inwendig met marmer getncrusteerd; de marmeren

Fig. 222. Pantheon te Rome.

a. Doorsnede van het Pantheon, waarbinnen is geteekend de dwarsdoorsnede van den Dom te

Keulen. (NaarDurm).

b. Steunbeeren van den Dom te Keulen.

c. Grondplan van het Pantheon en gedeelte van de ernaast liggende thermen van Agrippa. (Naar Adler).

Sluiten