Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

227

De zitplaatsen'zijn halfcirkelvormig gerangschikt voor een skene of tribunegebouw, dat met nissen en zuilenorden zeer rijk was versierd; in de gevelarchitectuur, die gericht was naar de zitplaatsen, kwamen de deuren uit, terwijl tegen den muur talrijke beelden/ waren geplaatst.

De keizers wedijverden met elkaar, wie het volk het fraaiste en van het kostbaarste materiaal vervaardigde theater kon aanbieden.

Twee concentrische gangen verdeelden de zitplaatsen in rangen; de tooneeluitvoering had niet meer plaats in de orchestra, maar op een verhoogde tribune (pulpitum). Het Grieksche proskenion werd, ten koste van de orchestra, verbreed, terwijl de paraskeniën verdwijnen. De zijtoegangen (parodoi), werden overwelfd; boven de parodoi lagen de voorname loges.

Het eerste steenen theater was dat van Pompejus te Rome, gebouwd in 55 v. Chr., dat 40.000 toeschouwers kon bevatten. In Rome zijn overigens slechts 3 theaters gebouwd geworden. Andere wérden opgericht te Pompeji, Aspendos (Klein-Azië), te Salona, Lissa, en te Oranje, welk laatste theater het best is bewaard gebleven.

Het theater van Marcellus te Rome werd 13 v. Chr. voltooid. Bewaard bleven slechts 2 rijen arcaden van Fig. 233. 2. den buitensten halven cirkel, waarvan de onderste rij de Dorische, de bovenste rij de Ionische orde vertoont. De bogen rusten op pijlers, waarvoor halfzuilen zijn geplaatst die de lijst schijnen te dragen welke de beide verdiepingen scheidt. De tongewelven, die zijn aangebracht over de gangen, rusten op bogen en pijlers. De details van Dorische èn Ionische orde vertoonen schematische, nuchtere vormen, waarbij aan de Dorische verdieping een tandlijst opvalt, evenals de verhouding tusschen de hoogten van fries en kroonlijst en de architraaf.

c. Het amphitheater is een speciaal Romeinsche schepping, en diende voor dieren- en gladiatorengevechten. Daar hiervoor geen tooneel noodig was, werden eenvoudig twee theaters tegen elkaar geplaatst, waardoor een elliptische arena ontstond, waarin de orchestra de kampplaats vormde, die geheel door vele rijen in hooge verdiepingen gerangschikte zitplaatsen was omringd. Deze zitplaatsen rustten op gewelven en waren langs trappen en gangen toegankelijk. Alle gangen leidden straalsgewijs naar buiten, waardoor in zeer korten tijd het amphitheater kon worden ontruimd. De uitwendige bogenarchitectuur rust op pijlers, waarvoor halfzuilen en pilasters staan, die rondom doorloopende lijsten dragen.

In groote amphitheaters konden zelfs zeeslagen worden geïmiteerd. Amphitheaters zijn o. a. bewaard gebleven te Rome, Pompeji, Herculanum, Verona, Pola, Tusculum, Sutri, Salona, Nimes, Trier, Capua, Arles, Reggio en ElDjemm (Afrika).

Het amphitheater te Pompeji is zeer goed bewaard gebleven, en tevens het oudste van de bestaande, daar het Fig. 229. i 70 v. Chr. werd voltooid. Het amphitheater te Pola is geheel in rustiekwerk opgetrokken. Doch het grootst Fig. 218. is het Flavisch amphitheater of het Colosseum te Rome. Voor ruim 80.000 personen plaats biedend, is de hoogte buiten 48.50 M., de lengte 188 M. en de breedte 156 M. De arena zelf is 77 bij 46.50 M. groot. Het gebouw werd door Vespasianüs begonnen en is 80 na Chr. door Titus ingewijd.

Van de vier buitenste verdiepingen hebben de 3 onderste ieder 80 bogen; de bovenste verdieping heeft geen Fig. 230. bogen, maar in de met Korinthische pilasters versierde muren zijn groote en kleine vensters aangebracht. De Fig. 23 3. 5.

Sluiten