Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

238 DE BOUWKUNST DER ROMEINEN. it

tusschen de pilasters overdekt zijn met figuraal ornament. Op het gebogen fries rust een zware kroonlijst; alleen boven den doorgang zijn architraaf en fries samengetrokken tot één veld voor het opschrift.

Bijzondere beteekenis hebben nog de z.g. Janus bogen, op kruispunten van 2 wegen opgericht. Bekend is de boog van Janus Quadrifons te Rome.

k. Eerezuilen. Op de fora werden, als piëdestals voor busten of standbeelden van keizers, nog eerezuilen opgericht. Dikwijls werden deze zuilen zoo groot en rijk versierd met reliëfs, dat

het beeld, waarvoor ze als drager bestemd waren, slechts gelijkt op een bekroning. Ook het tropaeum, een zegeteeken op het slagveld, is zuiver decoratief en uit den Laattijd afkomstig. Bekende zijn: het tropaeum van Marius, dat van Pomponius in de Pyreneeën, en dat van Trajanus (te Adamklissi).

Op het forum Trajani staat het beeld van den keizer op de Tjajanuszuil. Deze is in Dorischen stijl en rust op een 5 M. hoog postament, dat 5'/2 M. in het vierkant groot is. In dit postament is een deur aangebracht, die toegang geeft tot den wenteltrap in de holle zuil, die 4 M. dik is, en met het postament 40 M. hoog. De zuil is niet gecanneleerd, doch spiraalsgewijs omwonden door een reliëf, dat 1 M. hoog is en 200 M. lang, en dat een ononderbroken verhaal bevat van de geschiedenis van Trajanus. Boven het Dorische kapiteel is een laag voetstuk aangebracht voor de statue. Het reliëf, in 22 windingen schroefvormig om de zuil liggend, bevat de krijgstochten van den keizer tegen de Daciers. De 2500 figuren van 60—70 c.M. hoog geven zeer goed en historisch juist de kenmerken weer van de rassen met hun kleederdrachten en wapenen uit dien tijd, en vormen aldus een belangrijk historisch document.

Een dergelijke zuil te Rome opgericht ter eere van zijn overwinningen op de Marcomannen, is die van Marcus Aurelius.

MONUMENTEN UIT DEN TIJD VAN DEN NABLOEI.

Gedurende den laten keizertijd verplaatst zich de bouwkunst steeds meer buiten Rome. Eerst in Gallië, daarna Germanië, en dan volgt het Oosten, waar de Romeinsche bouwkunst haar nabloei beleefde. Hier werd het constructief beginsel, gezuiverd door Helleensche opvatting, gecombineerd met de prachtlievendheid van het Oosten. Nieuwe steden verrezen in Klein-Azië en Syrië, waarvan de plannen reeds te voren waren ontworpen en waar bij de uitbreiding dus het toeval geen rol meer spelen kon. Zoo ontstonden hoofdsteden als

Fig. 243. Romeinsch altaar, le eeuw n. Chr., Rome.

(Naar foto Alinari Florence).

Sluiten