Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

239

Ephesos, Antiochia, Milete, Gerasa, Apamea en Palmyra in Syrië. De hoofdstraat in de laatste stad was over een lengte van bijna 1.2 K.M. aan weerszijden begrensd door een dubbele zuilengaanderij, ieder van 375 zuilen.

Tegen het einde van de 3e eeuw na Chr. is het zwaartepunt van de Romeinsche bouwkunst geheel naar het Oosten, Byzantium, verplaatst, tot dat bij de verdeeling van het Romeinsche rijk in 395 door keizer Theodosius den Grooten de Romeinsche bouwkunst wordt verdrongen door een anderen stijl.

Te Pergamon bouwt Trajanus op de acropolis het Trajaneum, een prachtigen Korinthischen wit marmeren tempel. Hadrianus voltooit te Athene den grooten tempel van den Olympischen Zeus. Hij sticht tevens een nieuw Athene, Hadriano pol is, en de 18 M. hooge en 13.5 M. breede poort naar deze stad werd reeds boven genoemd: de Hadrianusboog.

Te Palmyra, Noord-Oostelijk van Damascus, wordt de groote Zonnetempel.gebouwd; deze staat in een grooten tempelhof, die omgeven was door muren met pilasters en vensters, en waarin een groote poort toegang gaf naar den voorhof. De tempel zelf was een dipteros, waarvan de cella was verlicht door vensters in de zijmuren. De toegangshal bestaat uit 4 rijen van Korinthische zuilen, waaraan op '/s der hoogte consoles zijn aangebracht, die eens dienden als steunpunt voor standbeelden.

Zuilenresten te Gerasa, ten Zuiden van Damaskus, vertoonen aan den voet dire<jt boven het basement een akanthuskelk, waaruit de zuilschacht schijnt op te groeien. Op het eerste gezicht zou men geneigd zijn deze barokke bouwfragmenten in de 17* of zelfs 18* eeuw na Chr. te determineeren.

Baalbek (Heliopolis) ligt ten Noorden van Damascus. Ook hier is het belangrijkste bouwwerk een groote lupitertempel, die, ± 150 n. Chr. begonnen, nimmer werd voltooid, en waarvan nog slechts 6 zuilen over- Fig. 239. eind staan. Hij stond aan het einde van een zuilenhof, waarin een altaar stond en waarin twee reinigingsbekkens Fig. 238. waren gelegen. De drie vrijblijvende zijden van den hof waren afwisselend met rechte en halfcirkelvormige nissen omringd. Aan de zijde tegenover den tempel lag nog een tweede kleinere 8-hoekige voorhof, waarvoor weer een zuilenhal, waartoe een 43 M. breede trap toegang gaf. De tempel zelf was een Korinthische peripteros van 10 bij 19 zuilen met een voorhal, gevormd door een dubbele zuilenrij. Het tongewelf over de cella was niet door cassetten, maar door boogribben ingedeeld, die door halfzuilen tegen de wanden ondersteund werden.

Het eigenlijk voorbeeld echter van Romeinschen barokstijl was de kleine rondtempel te Baalbek. De Fig. 240.

Sluiten