Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

Het lijkt eigenlijk meer op een ommuurd kamp, met 16 verdedigingstorens in den muur, die een rechthoek omsluit van 158 M. breed en 198 M. lang. In het midden van iedere zijde bevindt zich een poort, door een rechte straat verbonden met de tegenoverliggende poort zoodat het geheele complex door twee straten in den vorm van een kruis is doorsneden. De groote hof aan den Zuidkant van het paleis is omringd door een bogenhal. In den hof staan een tempel en een mausoleum. Een der ruïnen vertoont een rondbogen fries, steunend op kleine zuiltjes, die weer gedragen worden door in den

muur bevestigde kraagsteenen. Dit paleis is het best bewaard gebleven uit den Laattijd. Volledigheidshalve zij hier ook nog het geheel verdwenen domus aurea, Nero's gouden huis, vermeld, dat ongehoord rijk en prachtig moet zijn ingericht geweest.

Ook naar Noord-Afrika drong de barok door, getuigen de triomfboog van Trajanus te Timgad Algiers) en de boog van Marcus Aurelius te T ripolis, in 163 gebouwd door Antonius Pius.

Alleen in Egypte behoudt de bouwkunst, zij 't ook door Romeihschen geest beïnvloed, haar nationaal karakter.

Het ornament. De Romein mist het fijne vormgevoel en zin voor zuivere symboliek, die eigen zijn aan den Helleen. Hét doel van het Romeinsche ornament is steeds slechts versieren, en niet de symbolische voorstelling van de functie en de bestemming. Waar deze symboliek niettemin toch zou spreken is dit steeds bij toeval, en ontstaan door de directe overname van het Grieksche ornament alleen. Waar het Romeinsche ornament zelfstandig is ontstaan, ontbreekt steeds de symboliek van doel en functie van het georneerde fragment. Eveneens is de verdeeling van het ornament zeer willekeurig, zoodat de latere Romeinsche bouwwerken als door de versiering schijnen overwoekerd. De Romeinsche bouwkunst ontleent haar belangrijkheid dan ook in geenen deele aan het ornament.

Waar de voornaamste ornamenten moesten worden toegepast was reeds door de Grieken aangegeven, wier ornamenten, zelfs in onderling verband werden overgenomen, zij het ook in gewijzigden vorm. Daar het ornament niet direct werd ontleend aan de natuur, doch aan reeds gestyleerde Grieksche vormen, konden de wijzigingen niet belangrijk zijn. In verreweg de meeste gevallen wordt het Grieksche ornament wel verrijkt, maar nooit verbeterd.

Andere wijzigingen werden noodzakelijk door de toepassing aan een geheel nieuw constructie systeem, dat de Grieken niet kenden, n.1. den gewelfbouw, die nieuwe eischen stelde

Fig. 247. Deel van het impluvium in het huis van Cornelius Rufus te Pompeji. Marmer le eeuw n. Chr.

Sluiten