Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

243

Duidelijk spreekt een drang naar naturalisme, waardoor de styleering minder invloed had op de vormverandering, temeer waar er een groote voorliefde voor reliëf ontstond, zoodat zelfs geschilderd ornament nog een voorstelling opwekte van reliëf. Werd bij de Grieken nadruk gelegd op lijn en kleur, bij de Romeinen waren het vooral reliëf en modelee. Bij voorkeur wordt hoogrelief toegepast, soms bijna ontaardend in ronde bosse, zoodat het ornament nog slechts met enkele steunpunten aan het platte vlak is verbonden, geheel niet meer het verband met dit platte vlak aantoonend. Naarmate de stijl ouder wordt, wordt het reliëf ongebondener en het geschilderde ornament bij hooge uitzondering

Fig. 249. vlak, zoodat zelfs in de mozaïkvloeren schaduw en reliefnabootsing regel is.

De decoratieve beeldhouwkunst vond een rijk veld van toepassing. Fraaie reliëfs, zooals in den Titusboog zijn, ook wat de behandeling betreft, een directe navolging van de Grieksche. In pleisterwerk, b.v. van de thermen te Pompeji,

Fig. 242. en in klassieke graven aan de Via Appia, werden nymphen, krijgslieden, geniën en mythologische voorstellingen direct op den muur gemodelleerd.

De verwerkte motieven waren de akanthus, en naturalistische klimopranken, plataanbladeren, roos, kers, wijndruif, laurier, en verschillende dieren, viervoeters zoowel als vogels, waaraan nog vazen, tropeeën, vaatwerk en offergereedschap werden toegevoegd. Festoenen waren oor-

Fig. 243. spronkelijk gelegenheidsdecoraties van vruchten en bloemen, bladeren en linten, waartusschen stierenschedels werden opgehangen. Later werden ze blijvend in marmer nage¬

bootst. Deze festoenen waren zuiver decoratief, konden overal worden opgehangen en houden dus geen verband met de plaats, hoewel ze bij voorkeur in het fries werden geplaatst of aan offertafels.

Ook combinaties van plant- en diervormen, en dier- en menschdeelen kwamen voor, maar zonder de mythologische beteekenis van de Grieksche, zoodat de Pompejaansche decoraties als griffioenen, harpijen, centauren etc. zonder eenige beteekenis zijn. De meest onlogische combinatie van ornamenten levert wel de groteske op, een symmetrisch gerangschikte opeenstapeling van de meest uiteenloopende wezens en voorwerpen tusschen stijgende ranken. De naam is afkomstig van de in het einde van de 15e eeuw ontdekte wand- en zolderschildering

Fig. 248. Romeinschmarmer reliëf. Kandelaar (begin le eeuw n. Chr.)

Sluiten