Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

245

gebogen sima profiel niet ver- •

tikaal, doch is het sterk naar t

voren, als 't ware overhangend, |

geprofileerd. Het oorspronkelijk •

karakter van het onbelast zijn S

verandert door het zware reliëf- ;

ornament van beurtelings naar •

boven en beneden groeiende S plantmotieven.

De echinuskyma lijkt zeer •

buikig, daar het profiel kwart- S

cirkelvormig wordt. Bij de eier- ;

lijst worden de ovale bladeren •

zoo sterk ingesneden, dat de l

randen volledig van het blad ï

gescheiden raken, en de bladeren, ï ...............5

die er tusschen zijn geplaatst ont- S

, ... t„„ s Fia. 250. Lesbysche kyma, hollijst met parelrand.

aarden in pijlvormige punten. ï *• *»• *~' " * j r > i r .

De lesbysche kyma lijkt »»■»« « imMM>in»umi>mM—

op de Grieksche. Evenw.1 komt ze ook geheel gewijzigd voor, daar slechts de rand in sterk reliëf blijft staan en de ruimte er tusschen in plaats door bladoppervlak wordt ingenomen door geheel andere, naturalistische blad- en bloemvormen, ook weer afwisselend naar onderen of naar boven gebogen. Ook hangt op de plaats van het hartvormige blad wel een akanthusblad, met den top naar beneden.

Torus, taenia, snoer en meander blijven, doch zijn minder fraai gevormd; bovendien is het laatste versieringsmotief steeds in reliëf uitgevoerd, evenals de ornamenten die vrij zweven, afsluiten, of het onbegrensd zijn moeten uitdrukken. De sterren in de cassetten tusschen de zolderbalken worden daarom vervangen door hangende reliefrozetten.

De canneleering is als de Grieksch Korinthische, en wordt even dikwijls toegepast als weggelaten. Soms worden de canneluren tot 73 van de hoogte opgevuld met ronde staafjes, soms winden ze schroefvormig om de schacht of zijn ze met fijne plantenranken, als klimop gevuld. Schroefvormig gewonden canneluren komen echter alleen in den zeer laten tijd, en dan niet in de architectuur, maar aan sarcophagen, kandelaars of grafsteenen voor.

Het ornament uit de burgerlijke bouwkunst is nog ongebondener, en van een licht en luchtig karakter, toegepast alleen om zijn zelfswille. Hier is, in tegenstelling met de openbare gebouwen, de schildertechniek regel, soms in combinatie met reliëf, zelden alleen reliëf. Tusschen fantastische architectuurfragmenten, perspectievisch of projectievisch geteekend, zijn de muren-bedekt met ongebonden naturalistische ornamenten en voorstellingen, meestal met behoud van symmetrie. In de groote en kleine velden worden afbeeldingen geschilderd van mythen en legenden, landschappen of tafereelen uit het dagelijksch leven, vroolijk, grillig, onnatuurlijk, fantastisch, maar toch van diepgaande natuurstudie getuigend. Saters, faunen, centauren, tritonen en dolfijnen, Amor- en Bacchusfiguren zijn samengebracht in erotische composities, die echter nooit vulgair worden. De kleinére paneelen worden gevuld met stillevens, bloem- en vruchtenstukken, huisdieren en afbeeldingen van vazen.

De muren in de thermen zijn meestal tot ongeveer op '/s van de hoogte, met echte marmeren platen bekleed of geschilderd als nabootsingen ervan; hierboven volgt een geschilderde decoratie. In burgerlijke woonhuizen is de decoratie geheel geschilderd. Volgens de hoogte zijn de muren in drieën gedeeld. De sokkel is dan geschilderd in donkere of zwarte tinten, de wand zelve in levendige primaire kleuren, als wit en zwart, rood, groen .en geel.

Fig. 214.

Sluiten