Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

246

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

Fig. 251.

Pompejaansche en Romeinsche mozaïken.

. Wacht u voor den hond. 2. Meanderrand. 3. Romeinsch mozaïkfries uit Trier.

Fig.

Het lichtst is het fries. De gewelfde of vlakke zolders zijn volgens een eenvoudig meest geometrisch lijnenspel ingedeeld, waartusschen allerlei vrije composities. In de thermen komt deze indeeling tot stand door relieflijsten, waar tusschen zware, rijke, overladen decoraties, die min of meer in overeenstemming zijn met de stuclijsten. Omdat deze lijsten geheel willekeurig, onafhankelijk van de constructie zijn aangebracht, en niet ontstaan uit de constructie, zooals b.v. de cassetten, konden in deze indeelingen de rijkste variaties ontstaan, waarvan ontaarding het gevolg was.

In de decoratie neemt de mensenfiguur een belangrijke plaats in, niet zoozeer bij den tempelbouw als bij den profaanbouw, waar ze is aangebracht met een decoratieve bedoeling ter herinnering aan personen of feiten in verband met den bouw. Tot de 2e eeuw nog voornamelijk geplaatst in het fries, wordt de mensenfiguur daarna aan alle belangrijke plaatsen, alleenstaand of groepsgewijze aangebracht. Overigens zijn de mensenbeelden verschillend al naar de plaats, b.v. de vrijstaande statuen voor pijlers, in nissen en arcaden en die, welke als bekronend motief dienst doen. Zelfs aan eenzelfde bouwwerk, b.v. aan de triomfbogen, valt het op, dat de mensenfiguur van verschillende grootte werd gemaakt.

Het schrift, hoewel niet als ornament dienst doende, is van meer beteekenis dan bij de Grieken, daar het in zekeren zin het gebouw voltooit. Als opschriften, soms als uitvoerige mededeelingen, komt

203. het schrift eerst voor op de architraaf, dan op het fries, nog later op fries èn architraaf, tot ten slotte op de groote attica een overheerschende plaats erdoor wordt ingenomen.

Sluiten