Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

252

DE OUD-CHRISTELIJKE BOUWKUNST.

d. De katacomben bij Rome (hypogaën of cimeteria) dienden, toen de Christelijke godsdienst erkend werd, niet meer als plaats van bijeenkomst, en spoedig ook niet meer als begraafplaats. Wel werden, daar er martelaren begraven waren, talrijke bedevaarten ondernomen naar de katacomben, maar, daar in de 8e en 9e eeuw de reliquien eruit werden gehaald om in de kerken te worden ondergebracht, verminderden deze bedevaarten, totdat in de 14e eeuw de laatste bezoeken plaats hadden. Toen raakte het bestaan er van vergeten, tot in 1578 ze opnieuw werden ontdekt, weinig verwoest en goed bewaard gebleven. Zelfs nu zijn ze nog niet alle onderzocht.

De katacomben vormen een onderaardsch stratennet van ongeveer 1000 K.M. lang. De gangen zijn zelden breeder dan 0.80 M. en 3 tot 4 M. hoog, uitgehakt in zachte tufsteen, ') omdat, uit vrees voor ontdekking, zorgvuldig de steengroeven werden vermeden. Soms lagen de gangen in 4 a 5 verdiepingen -boven elkaar; om instorting te voorkomen ligt de lagere verdieping + 1.70 M. lager. De ingangen lagen oorspronkelijk vrij aan de wegen, daar de begraafplaatsen bij de wet waren beschermd; tijdens de vervolgingen werden de ingangen verborgen. De bijzetting van lijken, die in de 4e eeuw reeds verminderde, eindigde geheel tegen het einde van de 5e eeuw.

In de gangen viel licht door nauwe lichtspleten, luminaria, die tevens voor ventilatie dienden. Aan weerszijden werden rechthoekige nissen boven elkaar uitgehakt, de loculi, waarin de lijken werden geplaatst. De loculi werden dan door marmeren of terra-cotta platen afgesloten, waarop de naam van den overledene en Christelijke symbolen werden Fig.253.4,5. aangebracht. Voor martelaren en kerkvorsten werd de gang plaatselijk verbreed tot een vertrek, cubiculum, waarin de nis rondboogvormig werd uitgehakt (arcosolium). Reeds toen waren de dooden ook na den dood niet gelijk.

De katacomben zijn vooral belangrijk, omdat men hierin het oudste Romeinsch-Christelijke ornament aantreft, evenals muur- en zolderbeschilderingen. De zeer eenvoudige inrichting bevat echter zeider iets, wat gelijkt op Fig.253.4,5. architectuur. In de katacomben van S. Calixtus werd de paus bijgezet in een grafkapel, met 4 marmeren zuilen tegen de zijmuren, en waarin een altaar stond met marmeren treden. Soms werd de schijnarchitectuur voltooid door een nagebootst kruisgewelf.

De belangrijkste katacomben zijn die van S. Calixtus (ingang aan de Via Appia), van S. Sebastiaan, van Domiti 11 a, van Priscilla, Agnese, S. JanuariusenPraetextatus. En verder in Italië, behalve de reeds te Napels genoemde, te Chiusi, Bolsena en Milaan.

4. BIDKAPELLEN. Boven de katacomben werden bidkapellen opgericht, klein van afmetingen, waarvan er reeds in het begin van de 3e eeuw enkele gebouwd waren, terwijl tegen het einde van deze eeuw er verscheidene moeten zijn geweest. Er zijn echter nog maar weinige ruïnen van over. Een dergelijke basilica cimeterialis was gewoonlijk vierkant, met aan drie zijden halfcirkelvormige apsiden; aan de vierde zijde werd, als ze niet open was, wel een kleine voorbouw aangebracht. Een andere naam voor deze kleine bouwwerkjes is

') Daar er in den beginne, vooral tijdens de vervolgingen, veel dooden moesten worden begraven, kon, om tijdverlies te voorkomen, niet anders gewerkt worden dan in zachte steen.

Sluiten