Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

260

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

Fig. 262. Koor van de. basiliek S. Paolo te Rome.

met soms aan den gevel wat mozaïk. (S. Lorenzo buiten de muren, te Rome, S. Apol- Fig. 271. linare in classe, te Ravenna). Voorts vertoonde de gevel nog het beeld van een klassiek tempelfront, dus een geveldriehoek. 1 De CENTRAALBOUW werd toegepast voor bijzondere doeleinden, b.v. grafkapellen Fig. 259. 5. (mausolea) en doopkapellen (baptisteria). Een prachtig voorbeeld leverde het Pantheon. De nieuwe bouwwerken van centraalbouwtype waren rond of veelhoekig en dan meestal 8-hoekig. Meestal vertoont de centraalbouw een neiging, om, door het laten spreken van Fig. 254. 6. een hoofdrichting, over te gaan in basiliekvorm, b.v. door het toevoegen van een apsis. Fig. 255. 12. Naderhand, door vereeniging van centraal- en basiliekvorm, ontstaat de Byzantijnsche stijl. Bij doopkapellen werd het doopbekken eenvoudig in het midden geplaatst; bij de grafkerk Fig. 264. leverde de plaatsing van het altaar moeilijkheden op. Dit werd n.1. niet, wat voor de hand zou liggen, in het centrum geplaatst, maar in een groote nis tegenover den ingang, een apsis, waardoor dus weer een hoofdas ontstaat. Behalve een apsis worden in de muren nog gewelfde nissen aangebracht; hierdoor wordt aan ruimte gewonnen. Deze nissen dienden

Sluiten