Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVI. DE OUD-CHRISTELIJKE BOUWKUNST IN DE j NOORDELIJKE LANDEN.

EEDS DE Oost-Gothen bouwden,volgens

gewijzigde opvatting, in Italië, getuige te Ravenna het mausoleum vanTheodorik. Uit den tijd van de overheersching van de Longobarden(568—774) zijn geen monumenten overgebleven; hun invloed beperkte zich meer tot het decoratieve deel. Belangrijk uit dezen tijd is alleen de doopkapel van dejohanneskerk te Cividale.

Fig, 274. Het rijk van Karei den Grooten.

In Spanje werd de oorspronkelijke bevolking, bestaande uit een vermenging van de oor¬

spronkelijke Basken met Phoeniciërs, Carthagers en Romeinen, verdrongen door de West-Gothen; en ook hier bleef weinig bewaard. Behalve de basilica van Johannes den Dooper te Banos de Cerrato (bij Valladolid) zijn alle basilieken, die overigens klein waren, verdwenen. Als in 711 de Mooren Spanje binnendringen, kan de Oud-Christelijke kunst zich nog slechts in het Noorden handhaven. De hier gebouwde kleine basilieken hebben langs den buitenkant van de zijbeuken open bogengalerijen, waarvan de hoefijzervorm der bogen wijst op inwerking van de Moorsche kunst.

De belangrijkste kerken zijn: de S.Salvador (800) en de S.Maria de Naranco te Oviedo, de S.Salvador de Valdedios (bij Villa viciosa, 900) en de S. Miquel de Escalada (bij Leon) uit de 10e eeuw.

2. In Engeland werden ook reeds in het begin van de 5' eeuw Christelijke kerken gebouwd, vooral in Ierland, dat bewoond werd door Kelten en Angelsaksers. De bouwkunst in Engeland is voor ons land in zooverre van belang, dat, daar Willebrord uit Engeland in Nederland kwam om hier de Christelijke leer te prediken, waarschijnlijk de eerste Christelijke kerken in Nederland volgens Engelsche bouwwijze zullen zijn opgetrokken.

Sluiten