Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

278 DE OUD-CHRISTELIJKE BOUWKUNST IN DE NOORDELIJKE LANDEN. ::

4,5

Fig. 277.

1. Plattegrond van de kloosterkerk te Lorsch.

2. Basiliek te Trier.

3. Poort van de kloosterkerk te Lorsch.

4. 5. Details van 3.

door een horizontale houten zolder waren overdekt. Een apsis werd later toegevoegd. De St. Maarten te Tours (473) had rondom de apsis een bogenhal, die in de 9e eeuw door straalsgewijs aangebrachte kapellen werd vergroot, aldus een oudste voorbeeld vormend van de middeneeuwsche kapellenkrans. Tot op de fundamenten na is nu de oorspronkelijke kerk verdwenen.

De St. Généroux te Poitiers, met een doopkapel, vertoont mozaïkvormige versiering van gekleurde steenen. Hieruit blijkt invloed van Ravenna en het Oosten. Verder noemen we: de basiliek te Clermont-Ferrand (6e eeuw), de St. Germaind es-Pr és te Parijs, door Childebert I in 558 als •[■-vormige grafkerk gebouwd; de kerk te Savenières; de St. EusebiuskerkteGenne;de Abdijkerk van St. De nis, bij Parijs, door Dagobert I in | -vorm gebouwd, waarin marmeren zuilen; de St. Pier re te Metz, 3-beukig, zonder dwarsbeuk, uit 600; de basiliek te B e a u v a i s, uit de 8e eeuw. Van de kloosterkerk te Rebais (634) en abdijkerk te Fontanella bij Rouaan (648), beide j-vormig, is niets meer over. In 't algemeen zijn de details slecht begrepen Romeinsch.

5. Uit den tijd der Karolingers bleef eveneens weinig bewaard, daar er vele gebouwen van minder sterke constructie, van minder tegen den tand des tijds bestand zijnd materiaal verdwenen of werden ver- of herbouwd in later tijd. Vooral voor keizer Karei den Grooten, die in Italië was geweest, werden groote bouwwerken uitgevoerd onder leiding van zijn bouwmeester Einhard, die de werken van Vitruvius bestudeerde. Fig. 276. De paleiskapel van Karei den Grooten te Aken lijkt eenigszins op de S. Vitale te Ravenna, zonder evenwel er een directe navolging van te zijn (zie Fig. 284. 6). Gebouwd van 796—804, was het ontwerp misschien van Einhard, terwijl als bouwmeesters worden genoemd Ansigis, uit Rouaan, en Otto van Metz.

De koepelruimte is 8-hoekig, 15 M. in doorsnede en 25 M. hoog tot aan het gewelf. Waar bij de S. Vitale deze koepelruimte vergroot wordt door nissen op de zijden van den 8-hoek, ontbreken in Aken de nissen. De koepel is niet rond, maar vormt een 8-zijdig kloostergewelf, van buiten door een 8-zijdige pyramide afgedekt. De omgang vormt een 16-hoek; tegenover iedere zijde van den binnensten 8-hoek ligt een even groote zijde van den 16-hoek, zoodat de omgang dus bestaat uit 8 vierkanten en 8 driehoeken. De omgang bestaat uit 2 verdiepingen, waarvan de benedenste door kruisgewelven, de bovenste hoogere door schuin naar binnen oploopende ton- en kegelgewelven is overdekt, welke den druk van den koepel naar de buitenmuren afleiden. Boven de gewelven, in de middenbeukmuren, zijn onder den koepel rondboogvensters aangebracht. In de boogopeningen van de galerijen bevinden zich telkens 2 zuilen boven elkaar, waarvan de bovenste twee rusten op een "smalle lijst. Het koor is evengroot als een vierkant van den omgang, en steekt buiten den omgang uit, die door lessenaarsdaken

Fig. 275. 1 en 3

Sluiten