Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE OUD-CHRISTELIJKE BOUWKUNST IN DE NOORDELIJKE LANDEN.

279

is afgedekt. De voorhal, die iets grooter is dan een

flankeerd door twee ronde torens, die de trappen bevatten naar de galerijen. De zuilen en andere kostbare onderdeelen zijn uit Rome en Ravenna aangevoerd, terwijl de muren van Verdun de bouwsteenen geleverd hebben. Daar de zuilen van verschillende monumenten zijn gesloopt, zijn ze niet even lang, waardoor de voetplaten van hoogte verschillen. Zoo rijk overigens de marmerincrustaties en mozaïken van de benedenverdieping zijn, zoo sober en uiterst eenvoudig zijn de overige profielen, terwijl uitwendig hoegenaamd geen decoratie is aangebracht. Alleen de bronzen hekken, die in de galerijbogen

dienst doen als borstwering, zijn in Aken gegoten, en zeer fraai van teekening.

Een navolging op kleiner schaal is de kerk te Ottmarsheim bij Mühlhausen, in de Elzas, en ook de paleiskapel van Karei den Groo¬

ten te Nijmegen, alleen overgebleven van zijn paleis, dat bekend was als het Valkhof. De koepelruimte is 8-hoekig, en de omgang 16-hoekig, eveneens 2 verdiepingen hoog. Gerestaureerd in de 12e eeuw, dateert het gewelf uit nog later tijd, zoodat misschien alleen de benedenbogen uit den Karolingischen tijd afkomstig zijn.

Fig. 278. De Karolingische kapel te Nijmegen.

Sluiten