Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE OUD-CHRISTELIJKE BOUWKUNST IN DE NOORDELIJKE LANDEN.

281

De kloosters waren centra van kunst en ontwikkeling. Nadat in 529 het eerste klooster door Benedictus te Monte Cassino in Italiƫ was gesticht, verrezen ook in het Noorden meerdere Benedictijnsche kloosters; o. a. in Normandiƫ te Centula, te Fontanella bij Rouaan, te Tours, Fulda, St. Gallen, Reichenau, Utrecht, Deventer, Tiel en Oldenzaal. Als voorbeeld kan dienen het bovengenoemde klooster van St. Gallen. Tegen Fig. 275. de kerk was aan de Zuidzijde de kloosterhof aangelegd, waaromheen aan 3 zijden de kruisgang. In het verlengde van den dwarsbeuk van de kerk lag het woonhuis van de monniken, waarvan de benedenverdieping als vergaderzaal, de bovenverdieping als slaapzaal dienst deed. Aan de Zuidzijde lag de eetzaal, waaraan de keuken grensde en de kelder. Verder lagen binnen de verdedigbare kloostermuren, die soms door torens waren versterkt :sakristie, leeszaal, abtswoning, school, ziekenhuis, bakkerij, stallen en ook het kerkhof. Het klooster lag ook wel aan de Noordzijde van de kerk.

Sluiten