Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVII. DE BYZANTIJNSCHE BOUWKUNST.

IOEWEL HET BYZANTIJNSCHE KEIZERRIJK VERDEDIGD MOEST WORDEN TEGEN

de Germanen, die uit het Noorden, en de Mohammedanen, die uit het Oosten opdrongen, kon het toch langer dan 1000 jaar in stand worden gehouden. Het Oostelijk bekken van de Middellandsche zee was Grieksch wat taal en zeden aangaat, en op dezen bodem, juist op de grens tusschen Westersche en Oostersche beschaving werd Byzantium gesticht, waar de, zij 't ook sterk gewijzigde,

Grieksche en Romeinsche kuituur bleef bewaard, met overwegend Aziatische invloeden. De Byzantijnsche keizers wilden, met Aziatisch despotisme, de oude Romeinsche kunst dienstbaar maken aan de Christelijke idee. Het vormelijke hofleven en kleinzielig ceremonieel verhinderden echter een vrije ontwikkeling van de Christelijke kunst. De groote tegenstelling overigens tusschen Westelijk en Oostersch Christendom had steeds meer een verwijdering onderling tengevolge, tot ten slotte in 1055 voorgoed de Grieksche en Romeinsche kerk van elkaar onoverbrugbaar werden gescheiden.

Reeds in de 5e eeuw droeg de Byzantijnsche kunst, door invloeden uit Klein-Azië en Syrië, Alexandrië en Griekenland, een eigen karakter, terwijl in de 6e eeuw haar invloed in de aangrenzende landen al merkbaar werd. Zeer spoedig werd zelfs, onder Justinianus (526—565) het toppunt van bloei bereikt en werden grootsche, nooit

overtroffen bouwwerken geschapen, die, hoewel gebouwd

in het Oud-Christelijke tijdperk een zoo bijzonder karakter droegen, dat ze als Byzantijnsche kunstuitingen gerekend worden een nieuw tijdperk in te leiden.

Op dit bloeitijdperk volgde een periode van verval. Oorlogen, waarbij de vijanden, Perzen, Bulgaren en Arabieren, tot onder de muren van Constantinopel doordrongen, en hevige twist over onbeduidende dogmatiek waren hiervan de oorzaak. Vooral de strijd tusschen de Ikonoklasten (beeldstormers) en Ikonodulen (beeldvereerders), tengevolge van een aan afgoderij grenzenden eeredienst, hadden een verwoesting van oneindig veel fraais tengevolge, daar, op bevel van paus Leo III, menig prachtig Oud-Christelijk mozaïk is verloren gegaan. Eerst keizerin Theodora wist aan dezen strijd een einde te maken, waarbij de beeldvereerders ten slotte de overhand behielden.

Van 867—1056 trad opnieuw een tijdperk van bloei in onder de Makedonische keizers, die sterk de klassieke Grieksche en Romeinsche kunst voorstonden, waardoor de Oostersche invloeden wat op den achtergrond werden gedrongen; hetgeen niet verhinderde, dat in de 9e eeuw de Byzantijnsche kuituur zich geheel los wist te maken van de Romeinsche.

De laatste vier eeuwen van het bestaan van de Byzantijnsche kunst echter zijn die van een doorloopend verval. In 1204 wordt Constantinopel door de kruisvaarders veroverd, en

Fig. 279. Lengte doorsnede [en plattegrond van de Aya Sophia te'Constantinopel. (Naar Gurlitt).

Sluiten