Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BYZANTIJNSCHE BOUWKUNST.

297

p'g. 293. 2.

Fig. 305. Fig. 294.

Fig. 303.

286. 1 en 4.

Fig. 294.

Zelden werd het ornamentaal versierd; slechts een kruis of monogram, meestal in een cirkel geplaatst, vormden de versiering.

Op de kapiteelen rustten de bogen; slechts zelden werd gebruik gemaakt van een architraaf. Kronende lijsten bestaan uit architraaf, fries en kroonlijst, min of meer klassiek nagebootst.

Het ornament figuraal zoowel als planten dierstyleeringen, wordt teruggebracht tot eenvoudige strenge hoofdvormen in verband met de mozaïktechniek, die pracht aan duurzaamheid paart. De blauwe achtergrond uit den ouderen tijd werd vervangen door goud, waartegen de kleuren schitterend uitkwamen. De kunstenaar was echter in zijn opvattingen niet vrij. Daar de figurale voorstellingen ten allerinnigste verband hielden met het innerlijke, geestelijke leven, was voor naturalisme geen plaats. Verstarring en schematiseering

waren hiervan het gevolg, en, hoewel de priesters de wijze van voorstelling aangaven

van iederen Heilige, en zelfs voorschreven, in ! , :

hoeveel plooien het gewaad moest neervallen, is het des te meer opmerkelijk, dat de figurale Byzantijnsche mozaïken, dank zij het niet te verloochenen persoonlijk fantastische element der kunstenaars, nog zooveel persoonlijke schoonheid geeft. En wel in grootere mate, naarmate de plaats verder van Byzantium verwijderd ligt. Ook het reliefornament, dat sterk het vlakornament nadert, houdt innig verband met het platte vlak, en is dus meer aan het Grieksche dan aan het Romeinsche verwant. Het lijkt dan ook meer in het vlak gesneden dan gemodelleerd. Steeds minder naturalistisch, doch meer schematisch symmetrisch gestyleerd worden de wijndruifrank en het akanthusblad; echter gaat het ornament na de 9e eeuw verwilderen en wordt, behalve de wijndruif met de vruchtentrossen, onherkenbaar. Langzaam aan burgeren zich ook weer klassieke motieven in, als griffioenen en gevleugelde paarden, waarnaast zich handhaven pauw en swastika, klimop en kruis. Zeer sterk doet zich in het Byzantijnsche ornament de nawerking gevoelen van de oude Oostersche motieven uit de textiele kunst: rozetten, gevlochten banden, rakende en snijdende cirkels en geometrische composities. In den eersten tijd is nog te zien, dat de scherp getande, diep ingesneden stroef gerankte akanthus ontleend is aan den Griekschen; in den Laattijd is evenwel moeilijk verband te vinden tusschen de geschematiseerde, als parasieten het vlak overwoekerende, met Oud-Christelijke symbolen gecombineerde gevlochten ranken en het klassieke voorbeeld, waarmee ze nog alleen maar

Fig. 296. S. Vitale te Ravenna. Gezicht van uit den omgang naar de altaarnis. (Naar foto).

Sluiten