Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BYZANTIJN SCHE BOUWKUNST.

299

vorm van een Grieksch kruis, waarvan de armen door tongewelven zijn overdekt. In de benedenverdieping rust op de zuilen een architraaf, terwijl in de bovenverdie-

Fig. 298. ping de zuilen door bogen zijn verbonden.

De koepel rust op een tamboer, waarin 8 vensters zijn aangebracht; sterke ribben, die ook uitwendig zichtbaar zijn, verdeelen het binnenkoepelvlak in 16 strooken.

Begonnen in 527 onder Justinianus, vertoont het uitwendig in vervallen toestand verkeerende gebouw, tengevolge van herstellingen in later tijd, een onregelmatigheid in het grondplan, terwijl ook het oorspronkelijk atrium verdwenen is. Het inwendige is overigens goed bewaard gebleven; zelfs op de fraai met

Fig. 283. akanthusranken versierde architraaf zijn nog de opschriften aanwezig. Van de Byzantijnsche gebouwen in Constantinopel is slechts de Aya Sophia volmaakter.

3.

Fig. 298. Inwendige van de Agios Sergios en Bacchos te Constantinopel. (Naar foto).

De Aya Sophia is het voornaamste monument uit het Byzantijnsche tijdvak, dat meer dan

eenig ander en tot nu toe invloed heeft uitgeoefend op de geheele bouwkunst in het Oosten. Justinianus droeg den beiden bouwmeesters Anthemios van Tralies en Isidoros van Milete op, een Christelijke kerk te bouwen, grooter en schooner dan eenig bouwwerk tot dusver geschapen. En beide bouwmeesters kweten zich zoo goed van dien taak, dat in zeer korten tijd op de plaats van een even te voren door brand vernielde gelijknamige basiliek uit Constantijns tijd een grootsche schepping verrees. Den 23 Februari 532 werd de eerste steen gelegd, en de eerste.wijding kon reeds 26 December 537 plaats vinden. Toen korten tijd daarna, in 558, het Oostelijk deel van den koepel instortte werd, na herbouwing en versterking, de Aya Sophia den 24 December 563 opnieuw ingewijd. Fig. 279. De Aya Sophia is 82 M. lang en 75 M. breed, dus bijna vierkant in grondplan. Inwendig spreekt in dezen centraalbouw duidelijk de lengterichting. De hoofdkoepel, 32 M. in doorFig. 281. 2. snede, rust op 4 pijlers, die onderling door zware bogen zijn verbonden; de afstand tusschen de pijlers is in de dwarsrichting 31.4 M„ bij een pijlerdikte van 4.9 M., en in de lengterichting 22.6 M„ bij een pijlerdikte van 7.6 M. Zijn de pijlers van natuursteen, het gewelf, dat op pendentiefs rust, is van baksteen. Daar de hoogte van den koepel boven het vlak van zijn oorsprong nog niet de helft is van zijn middellijn, is hij sterk gedrukt; de dikte

Sluiten