Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BYZANTIJNSCHE BOUWKUNST.

301

Fig. 300. Aya Sophia te Constantinopel. (Naar foto).

bedraagt in den top ongeveer 0.60 M. De hoogte van den grond tot den top van den koepel bedraagt 56 M.

Bij den Oostelijken en Westelijken boog, die den hoofdkoepel dragen, sluiten halve koepels aan; dezehalvekoepelruimten zijn vergroot door eveneens met half-koepels overdekte nissen, waarvan de gewelven op zuilen rusten. Deze zuilen zijn alleen niet in de apsis en bij den ingang geplaatst. De geheele middenbeuk is dus bij den koepel het hoogst

en bij de nissen het laagst. Door : :

galerijen overdekte zijbeuken voltooien den rechthoek. Het aantal zuilen in de nissen bedraagt Fig. 290. beneden 2 en in de bovenste verdieping 6. De groote Noordelijke en de Zuidelijke boog in de hoofdkoepelruimte zijn ook in verdiepingen verdeeld; de onderste verdieping wordt door 4, de galerijenverdieping door 6 zuilen gesteund. Zware pijlers, die over de zijbeuken heen

z;jn geb0uwd, bevatten boog¬

openingen; deze pijlers doen dienst als steunbeeren van den koepel, en loopen tot aan de buitenmuren door. De buitenmuren zelf zijn 1 a l'/2 M. dik.

De ruimte inwendig is goed Fig. 299. verlicht; 40 ramen in de geboortevan den koepel, ramen in de half koepels, in de nissen, in de buitenmuren en in de muren onder den Noordelijken en Zuidelijken booglatenlichtin overvloed door. Vooral de hoofdkoepel schijnt boven de 40 ramen, waar helder licht doorstroomt, als 't ware te zweven.

301

Byzantijnsche gevel te Constantinopel) Zuidzijde van

de Fethije-djami. (Naar v. MiUingen).

Sluiten