Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BYZANTIJNSCHE BOUWKUNST.

309

werd met Byzantijnsche mozaïken versierd, en was door een ikonostasis volledig van het presbyterium gescheiden.

Fig. 307. Kenmerkend zijn ook de vele torens, opstijgend uit een lagen benedenbouw, en alle met verschillende, meestal uivormige koepels overdekt, die op een veel dunnere tambour verrijzen. Uitwendig komt de overgang van vierkanten onderbouw naar veelhoekige tambour tot stand door kleine in terugspringende rijen bovenelkaar geplaatste rondboog of spitsboog nissen. De koepels zelf zijn op de meest verschillende wijze bedekt, door fayence of metaal, zoodat het geheel uitwendig een zeer onregelmatigen, maar toch fantastischen indruk maakt.

Zuiver Byzantijnsch is de Sophiakathedraal te Kiew (1037), die in later tijd zeer werd vergroot en toen uivormige koepels kreeg, Evenzoo de Sophiakathedraal te Novgorod (1052). De Demetriuskathedraal te Wladimir (1195) is een combinatie van Byzantijnsche en Romaansche grondvormen. Uit later tijd afkomstig, en door Italiaansche bouwmeesters in Russischen stijl ontworpen kerken, verheffen zich op het Kremlin te Moskou, n.1. de Maria Hemelvaartkerk en de Mariaboodschapkerk, respectievelijk met 5 en met 11 koepels uit het einde van de 15e eeuw.

Fig. 307. Maar de meest specifiek Russische kerk is de Basiliuskerk te Moskou (1554). Om een groote hoofdruimte zijn 8 kleinere tweehoekige, door gangen verbonden, ruimten gerangschikt. Torens met koepels, portalen, «ware lijsten, met Chineesche, Perzische en Indische invloeden, maken deze kerk tot een barok monument, dat in Rusland zelf voor een wonderwerk geldt.

8. Monumenten uit de burgerlijke bouwkunst zijn niet bewaard gebleven. Zelfs te Constantinopel worden nog slechts de ruïnen van een paar onbelangrijke bouwwerken aangetroffen. De ruïne van Tekfur Serai is een 3 verdiepingen hooge zaal, waarvan alleen nog de buitenmuren staan en de gevel met de rondboogdeuren en vensters. De muren bestaan uit afwisselend drie lagen natuursteen en baksteen. Buiten het gevelvlak steekt een groote, op consolen rustende erker uit. Een 60 M. lange gewelfbouw is bekend onder den naam van de vertrekken van Anemas, en was eigenlijk een twee verdiepingen hooge verdedigingsmuur. Onder Justinianus legde men zich ijverig toe op de vestingbouwkunde. Muren en torens, ook van middeleeuwsche verdedigingswerken, zijn nog hier en daar als ruïnen aanwezig.

Ten slotte zijn nog vermeldenswaard twee waterreservoirs te Constantinopel, een groot, met 420 zuilen, en een kleiner, met 224 zuilen, welk laatste in den volksmond den naam heeft gekregen van „de 1001 zuilen". Hierin zijn telkens 2 zuilen bovenopelkaar geplaatst, verbonden door een ring. De onderste zuilen steken nog slechts gedeeltelijk boven het puin uit, de bovenste zijn in hun geheel zichtbaar. En uit Justinianus tijd is nog afkomstig een groote aquaduct bij den Gouden Hoorn, waarvan de pijlers als golfbrekers zijn gevormd.

Sluiten