Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVIII. DE MAHOMEDAANSCHE BOUWKUNST.

AHOMED WERD IN 570 GEBOREN Tü mhk.k.a. lhjuk hujn kijk muwhujk un staat gesteld zich aan overpeinzingen over te geven, kwam hij er toe een nieuwen godsdienst te prediken: „Er is slechts één God en Mahomed is zijn profeet". Daar toen, als nu, een profeet in eigen land niet werd geëerd, was hij genoodzaakt in 622 naar Medina te vluchten, en deze vlucht was voor de aanhangers van den Islam het begin eener nieuwe jaartelling (Hedschra). De

Moslemin, aanhangers van den Islam, dwongen Mekka tot de nieuwe leer over te gaan, die eveneens zeer spoedig door alle Arabieren werd erkend. Mekka, waar de heilige zwarte steen in de Kaaba werd bewaard, werd een bedevaartplaats, en van hieruit werd de leer met het zwaard verbreid. Toen Mahomed in 632 stierf was geheel Arabië veroverd, en reeds 25 jaar later omvatte de nieuwe leer, vastgelegd in den Koran, Syrië, Palestina, Mesopotamië, Perzië, Armenië, Rhodos, Egypte en een deel van Noord-Afrika.

Mahomeds erfelijke opvolgers heetten kaliefen, en waren koning en opperpriester tegelijk. In 711 werden de West-Gothen bij Xeres verslagen en Spanje onderworpen, behalve de Noord-Westhoek, waar de Christenen zich konden handhaven; eerst in 732 gelukte het Karei Martel bij Poitiers in Frankrijk de Mooren te verslaan, terwijl in Oost-Europa de Turken het hoofd stootten voor Constantinopel.

De erfelijke kaliefen waren de Omajaden, die Damascus tot hun residentie verhieven, en in 750 door de Abbasiden werden verdrongen, die tot 1258 regeerden. Alleen Abd-er-Rahman ontkwam en trok naar Spanje, waarvan Cordova de hoofdstad werd. Bagdad was de hoofdstad van het Oosten. Tot aan de Abbasiden strekte het Mahomedaansche rijk zich dus uit van de Pyreneeën tot aan den Indus.

De hoofdstad Bagdad kwam, vooral onder Hacoen-al-Raschid (768—809, een tijdgenoot van Karei den Grooten) tot hoogen bloei; de beroemde hoogescholen werden zelfs door Christenen bezocht. In 1258 valt Bagdad in handen van de Mongolen onder Dsjengis-Khan. Daar deze nomadenvolkeren echter zelf tot den Mahomedaanschen godsdienst overgingen, brachten ze het Oosten tot nieuwen bloei. Reeds vroeger verbrokkelde echter het Mahomedaansche rijk. Na Spanje werd in 868 Egypte onafhankelijk en in 870 volgt Perzië. Sicilië, dat in 827 veroverd werd, werd in 969 zelfstandig, tot het in 1090 door de Noormannen werd veroverd.

In Klein-Azië woonden de Turken of Osmanen, een Seldsjukkenstam afkomstig uit Midden-Azië. Deze veroveren ondere Murad I in 1361 Adrianopel, doch worden in 1402 door Tamerlan (uit Turkestan met de hoofdstad Samarkand) verslagen. Als echter Tamerlan in 1405 sterft, komen de Osmanen opnieuw in Europa opzetten, totdat in 1453 Mahomed II Constantinopel verovert en de Turken tot Weenen doordringen. Ongeveer 40 jaar later, in 1492, valt in Spanje echter Granada, het laatste Moorsche bolwerk tegen de Christenen.

Egypte, dat in de 15= eeuw onder de Mammelukken een tijdperk van grooten bloei beleefde, werd in 1517 onderworpen. De Islam echter werd, na de 12« eeuw, in Indië verbreid door Tartaren en Mongolen; in de 16e eeuw heerscht hier de Groot-Mogol. Vooral onder Akbat (1550—1605), die Delhi tot hoofdstad maakte van zijn rijk, kwam de Hindo-Islamitische kunst tot grooten bloei. 9 Toen de Mahomedanen zelf nog tentbewonende woestijnstammen waren, slaagden ze er in, in zeer korten tijd een nieuw wereldrijk te veroveren, waartoe vele volkeren behoorden, o. a. de Syriërs, met Byzantijnsche, de Perzen, met Perzische, en de Noord-Afrikanen, met Romeinsche beschaving. Een eigen bouwkunst hadden ze niet, en de oorsprong van de Mahomedaansche bouwkunst moet dan ook niet in Arabië, maar in Perzië worden gezocht, terwijl ze sterk werd beïnvloed door de Laat-Grieksche kunst uit Klein-Azië en de Koptische kunst uit Egypte. Toch deed zich later vooral de Byzantijnsche bouwkunst uit Constantinopel gelden.

Het duurt echter nog 2 eeuwen, voor zich een volkomen Mahomedaansche bouwkunst heeft ontwikkeld.

Sluiten