Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MAHOMEDAANSCHE BOUWKUNST.

317

Fig. 315. en Perzen werden toegepast, raakten onder invloed van de Grieken in onbruik, doch werden in de 10e, lle en 12e eeuw opnieuw weer veel toegepast en algemeen gebruikt, ook voor rijkere woonhuizen, waarin vloeren en wanden ermede werden bekleed. Deze fayencetegels bestaan uit poreuze gebakken klei, overdekt door een ondoorzichtige tinglazuur, waarop, vóór ze gebakken werden, met kleur werd geschilderd. De metaalglans, die de tegels in Spanje en Perzië verkregen, maakte deze tegels bijzonder waardevol.

Indien onder een doorzichtige laag glazuur direct op de klei wordt geschilderd, of wel, als deze door een melkwitte laag eerst wit gemaakt zijn vóór het schilderen, ontstaan de in de bouwtechniek als half-f ay ence bekende tegels. Hierbij wordt loodglazuur gebruikt, en de techniek is dezelfde als die van de pottenbakkerskunst.

Weer een andere tegeltechniek, tegelmozaïk, ontstaat, als eenkleurige tegels volgens gebogen lijnen zijn uitgesneden, en van de

stukken mozaïken in geheel willekeurige composities zijn vervaardigd.

Als de zuil niet decoratief wordt toegepast, is ze de drager van de bogen. De schacht is glad, zonder entasis en zonder verjonging. Meestal staan de bogen, als ze op zuilen rusten, rechthoekig op den mihrabwand en staan ze er evenwijdig mede, als ze rusten op pijlers. Zeer vaak werd ook gebruik gemaakt van klassieke, Byzantijnsche en Vroeg-Christelijke zuilen, tegelijkertijd aan één gebouw, waardoor dus een organisch verband met de bouwvormen uitgesloten is. Eerst veel later ontstaat de lange, slanke, Saraceensche zuil, als een herinnering aan den nomadentijd. De schacht is omringd door talrijke voetringen en halsringen; de lange hals'bestaat uit evenwijdige smalle bladeren, waarboven een kubus- Fig.317.1,2. vormig kapiteel, dat van onderen afgerond is door arabesken. Ook komt de overgang van Fig.318.a,b. ronde schacht naar vierkant kapiteel dikwijls door stalaktieten tot stand. De abacus steekt ver uit; soms volgt hierboven een tusschenstuk, evenals bij de Byzantijnsche zuil, voor opname van het breedere onderdeel van den hoefijzervormigen boog.

Nog veel later ontstond de Turksche zuilorde. De zware, ronde schacht, vaak ontleend aan klassieke monumenten, droeg een wit marmeren kapiteel, öf met stalaktieten, öf met waaiervormige plooien.

Fig. 314. Grafmoskee van Kait-Bey, te Kaïro. (15e eeuw).

Sluiten