Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

354

DE ROMAANSCHE BOUWKUNST.

t

Fig. 350. Dom te Limburg aan de Lahn. J

(Naar Dohrne).

kerk twee beschermheiligen had.

De dwarsbeuk is langer dan de breedte van hoofd- en zijbeuken samen, en evenbreed en evenhoog als de hoofdbeuk; bij toepassing van twee dwarsbeuken ontstaat de hoofdvorm van een aartsbisschoppelijk kruis. De muren aan de Fig. 347. 10. Oostzijde van den Oostelijken dwarsbeuk werden vaak voor apsiden doorbroken; ook wel werden de eindgevels van den dwarsbeuk voorFig. 347. 2. zien van apsiden (Mariakerk op het kapitool, te Keulen).

Tot in de 13e eeuw waren de kerken 3-beukig; de zijbeuken werden van den hoofdbeuk gescheiden door arcaden van pijlers, van zuilen en pijlers afwisselend, of, zeldzaam, door zuilen alleen. Tweebeukige kerken komen minder vaak voor, en zijn waarschijnlijk ontstaan door

nabijheid van kerken, of als doodenkapellen op begraafplaatsen; echter ook wel als hoofdkerk (St.Front te Perigueux), maar toch zeldzaam.

De vloer van het koor ligt hooger dan die in het overige kerkruim; het koor is bovendien door een lage borstwering van het schip gescheiden, en heet ook wel hooge koor, hoogzaal of o k z a a 1. Onder de okzaal ligt de krypt of krocht, evengroot als koor en apsis samen, meestal echter grooter en gewoonlijk door trappen van uit den dwarsbeuk toegankelijk.

Verscheiden kerken in Duitschland bezitten twee koren, het tweede aangebracht aan de tegenovergestelde zijde van Fig. 347. 6. den dwarsbeuk, en ook vergroot door een apsis (Dom te Mainz, te Worms, e. a.) en waaronder een tweede krocht, ingeval de

Fig. 351. De ā€˛gouden poort" te Freiberg. S

Sluiten