Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

356

DE' ROMAANSCHE BOUWKUNST.

Fig. 354. Dom te Spiers. Gezicht in den Zuidelijken zijbeuk.

toren, indien er maar één was, naast het kerkgebouw geplaatst.

In de meeste gevallen treft men twee torens aan, aan de Westzijde vóór de zijbeuken gebouwd, waarbij dan de gevel van den hoofdbeuk vrij blijft, en tot het meest sprekende deel van den bouw wordt gemaakt. Een kerk met een tweede koor aan de Westzijde mist, evenals een kerk met één toren, een duidelijk sprekenden gevel. In Frankrijk zijn de beide torens aan den Westgevel in den regel zeer klein, maar verrijst boven het kruisingsvierkant een Fig. 357. hoofd- of kruistoren. Hoewel de plaats van de torens, als er meer dan twee, b.v. vier, worden gebouwd, geheel willekeurig is, treft men er Fig. 350. gewoonlijk twee aan voor het Westfront en

twee naast het koor; meerdere torens worden om de kruising gegroepeerd, waarboven de koepeltoren verrijst. Koepeltorens boven de kruising vindt men vooral langs den Rijn; zijn er twee dwarsbeuken, dan verrijst zelfs boven iedere kruising een koepeltoren (Dom te Worms). In 't algemeen heerschte er langs den Rijn een groote voorliefde voor een groot aantal torens. (Dom te S p i e r s en te Worms ieder met 6, te Limburg aan de Lahn 7; de Mariakerk te Dantzig heeft zelfs 10 torens).

Oorspronkelijk bestaan in het zeer vroege Romaansche tijdvak de torens uitsluitend uit een eenvoudigen dakruiter boven de kruising van de zadeldaken (Stichtskerk te Gernrode); daarna worden ronde en nog later vierkante torens gebouwd; spoedig ging men er toe over deze vierkante torens naar boven öf

Fig. 355. Westkoor van den Dom te Worms.

Sluiten