Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAANSCHE BOUWKUNST. «MWI.....M....I....I ■ i --> ^ ...^ -f)r1i^iii'1j^.:.rtjr.i,](tuii»_-ini>-|7,ii llu 361

vierkantvoorstellen.welkesnijlijne^

men u,t de hoekpunten bogen, die in het midden in een sluitsteen samenkomend, de gewelven droegen. Zim de graden met platte banden bekleed, dan wordt van gewelfribben gesproken Aangezien graden en ribben den gewelfdruk overbrachten naar de hoeken, dus de pijlers' konden de tussenliggende muren zeer licht blijven, doorbroken door vensters, en plaatselijk verzwaard door hsenen. Bij het kruisgewelf was de diagonaalboog ellipsvormig, omdat schild en gordelbogen hal arkelvormig waren (doorsnede van 2 cylinders). Toen later begonnen werd met den halfcirkelvormigen diagonaalboog, kon met twee gordelbogen worden volstaan maar moest het aantal schildbogen van 2 tot 4 vergroot worden. De hoofdpijlers waren zwaarder belast dan de tusschenpijlers, en daarom zwaarder, en samengestelder, doordat de gordelbogen zich over de pijlers als schalken of muraalzuilen voortzetten; schalken zijn muur- of pijlerverzwaringen, terwijl muraalzuilen slanke, hooge halfzuilen zijn; ook de schildbogen rusten op schalken van de tusschenpijlers. In de kerk te Laach komen uitsluitend noordpijlers voor.

De koepel boven de vierkante kruising rustte op pendentiefs, die een overgang vormden naar den 8-hoek van den tambour; de koepel was öf 8-hoekig öf bolvormig In Frankrijk werd de kruisingskoepel uitwendig torenvormig verhoogd, waardoor ook uitwendig de kruising is gekenmerkt als belangrijkste deel. Van de Duitsche monumenten vertoont de IJ om te Worms een fraaien koepel.

tweLTTrrlCel9 faUTeIf' Uk — * Gothiek, is ontstaan in de

c^fvan'ond tV" EerSte ' VM ^ ^ Frankfiik- DC2e —^sstül is gekenmerkt door

toepassing van rond- en sp.tsboog voor uitwendige en inwendige architectuur. De spitsboog was eerst constructief

irkeZe"1! dT ^ « ~» * -deehge, waarbij de düJLX^S

c rkelbo ^ gorde. £a m±sk^ werden ^ spjtsbogen dje_ ^ ^ vee/ zijdJ™

D7 aewdf 1"" ï~ ™*rhtea dM ^ r0ndb09en' ni*te°~de * ^ogte der pijlers grooter werï stds hctt d£n 9611 T materiaal OPfletTOkken ^ ^ gewelfvelden ze.f, die trouwt

^ t , «-onstrueerd; eveneens werden die punten van de buitenmuren, die den zijdelingschLZ

van de gewelven moesten opvangen, zwaarder gemaakt dan de overige muurvlakte, die hJrftaLTto RomII TT ta VrOC9-R~he ^ -ond: omdat de muurverzwaringen in hTv oegft' VTT " SteUnbeeren WErden VerV°rmd- °°k de *«*he halve tongewelven we ke ^i^^" * h°°fd— - - — —n droeg.. werden^!

. Wat het uitwendige betreft maken de Romaansche kerken met hun massale, weinig doorbroken muren en zware torens een compacten, zwaren en soms somberen indruk. Waar natuursteen voorradig was. werd dit verwerkt; was geen natuursteen aanwezig, dan waren de kerken van baksteen. In de provinciën Groningen en Friesland, en in Noord-Duitschland treft men nog oude Romaansche baksteen kerkjes aan. (Kerkje te Oldenzijl)

De hchtbeuk. evenhoog als de dwarsbeuk en het koor, en tweemaal zoo hoog als de door lessenaarsdaken afgedekte zijbeuken, die met de daken tegen den lichtbeuk steunen, wordt verlicht door ramen, die vlak boven de zijbeukdaken zijn aangebracht. Bij de hallenkerken

Fig. 354.

Sluiten