Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAANSCHE BOUWKUNST.

365

architectonisch motief, dat in de Gothiek tot volle Fig. 356. ontwikkeling komt. Torendaken worden helmen genoemd, en zijn zeer verschillend van vorm, afgedekt door leien, pannen of lood, soms geheel van steen. Aanvankelijk evenhoog als de basis, worden ze steeds hooger en samengestelder. De oudere vormen zijn lage vierzijdige pyramiden of lage kegels (St. Front te Perigueux). Kleine torens hebben soms een zadeldak, in welk geval twee der zijvlakken van den toren in topgevels doorloopen, vaak versierd door een rondbogenfries. Indien de vier torengevels in een geveldriehoek eindigen, vormen de twee elkaar kruisende zadeldaken een kruisdak. Torens afgedekt door een eenvoudige vierzijdige pyramide, bezit o. a. de St. Servaaskerk te Maastricht; een 8-zijdige pyramide de Munsterkerk te Bonn. Meer samengestelde helmen ontstaan door iedere zijde van een I achthoekige bovenste torenverdieping van een punt- j gevel te voorzien, en vervolgens het dak pyramide- | vormig op te trekken zoodanig, dat van den top van den I puntgevel een uitspringende en van het voetpunt van i

Fig. 366. 12* eeuwsch Duitsch ivoor- • snijwerk uit Keulen. •

Fig. 367. Romaansche bladl

ijst.

; den puntgevel een insprini gende ribbe naar boven ; loopt. Waaiervormige Fig. 356. e.

torenhelmen ontstaan, als

elk der zijgevels van een

vierkanten toren eindigen

in twee puntgevels.

Nog hooger worden de torendaken in het Overgangstijdperk (b.v. van den Dom te Bamber g), maar omdat met dit hooger worden de zijdelingsche druk toeneemt, worden op de hoeken van de torens ter verzwaring kleine afzonderlijke hoektorentjes aangebracht, die dikwijls door het toepassen van kolommetjes op baldakijnen gingen

Sluiten