Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

370 DE ROMAANSCHE BOUWKUNST.

Fig. 372. Decoratief beeldhouwwerk, in het schip van de Kathedraal te Cahors.

pijlerkern; terwille van de sterkte worden nu de lange, dunne, slanke schalken op verschillende hoogte aan de pijlerkern of aan den muur bevestigd door z.g. schachtringen, die, oorspronkelijk dus constructief bedoeld, later als een scherp geprofileerd, voor den overgangsstijl kenmerkend.middenstuk, overgaan op vrijstaande zuilen.

De gewelfribben, evenals de lijstprofielen, worden op doorsnede peervormig, spitsboogvormig of driekwart rond van vorm. Het teerlingkapiteel wordt meer en meer vervangen door het fraaiere, hoewel minder krachtige en forsche kraterkapiteel, dat, soms uitsluitend bestaande uit een onversierden kelk, meestal versierd is door in twee rijen boven elkaar geplaatste, langgesteelde bladvormige knoppen, die echter den kelk zichtbaar laten.

Het basement krijgt een hooger plint; het profiel bestaat uit diepe hollen, met platte, peervormige, uitspringende banden, terwijl de voetblaadjes verdwijnen, zoodat soms zelfs het basement buiten het meestal achthoekige plint uitsteekt.

Het ornament vertoont meer en meer blijken, dat de natuurstudie ingang vindt; planten en dieren worden ontleend aan de inheemsche flora eh fauna, zoodat langzamerhand het fantasie bladornament en de gedrochten verdwijnen. Bepaald kenmerkend voor het overgangstijdperk is voorts ook nog de toepassing van drie- en v i e r g 1 o o p voor kleine, en van de veelgloop voor grootere vensteropeningen.

Het materiaal was in den regel goed. Daar de geestelijkheid, uitsluitend met den bouw belast, nog geen technische ervaring had, was ze in den aanvang dan ook zoekend naar constructie en vorm; de technische vaardigheid kwam eerst, toen uit de leekebroeders een corps ambachtslieden ontstond, die, al naar er noodig waren, van de eene bouwonderneming naar de andere trokken. Berekening en plannen werden misschien in de eerste helft van de 11' eeuw niet eens gemaakt, zoodat soms, te vroeg in gebruik genomen, de kerken in een later tijdvak moesten worden voltooid. Ook onnauwkeurigheden in het grondplan, b.v. fouten maken bij het

Sluiten