Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAANSCHE BOUWKUNST. 373 In Noord-Duitschland wordt, in navol-

ging van Nederland en Lombardije, veel baksteen toegepast, terwijl in Skandinavië hout het bouwmateriaal blijft. Waar evenwel tufsteen kon worden aangevoerd, werd deze toegepast ook. Zoo was b.v. in Groningen de St. Walburgskerk, nu j spoorloos verdwenen, geheel van tufsteen, i

13. Het ornament wordt evenvaak als vlakschilder- j

werk als in reliëf toegepast. Reliefornament, nu eens !

op sommige monumenten en architectuurfragmenten !

overvloedig toegepast, ontbreekt elders weer geheel, j

Gevels en portalen, die van dichtbij worden be- S

schouwd, zijn met reliëf beeldhouwwerk overdekt, !

terwijl daarentegen de zijgevels zeer sober zijn ge- •

ornamenteerd. Van het geveldetail Nötre-Dame £

Fig. 368. la Grande te Poitiers, is elk onderdeel met £

reliëf versierd, zooals in Zuid-Frankrijk b.v. regel is. •

Evenwel, zonder uitzondering voor alle landen, gold £

in dit tijdperk de rijke versiering van de portalen. Zoo 5

één architectuurdeel van naderbij werd beschouwd, {

dan was het wel de ingang van het kerkgebouw, die, £

naar buiten en binnen verwijd, gelegenheid te over £

bood voor vei siering. De oudere Romaansche portalen •

Fig. 346. waren hoofdzakelijk met geometrische motieven ver- •••••■••••••••••••••••«•••••■«

sierd, die verwantschap vertoonen met houtsnijwerk; in Duitschland spreken meer Oud-Germaansche, in Frankrijk Byzantijnsche invloeden. Er bestaan een groot aantal verschillende boogornamenten, die meermalen werden toegepast en karakteristiek zijn; enkele belangrijke van deze boogfriezen zijn: briljanten-, kogel- of knoopen-, kabel- of touw-, schaakborden-, spijkerkop-, schubben-, ruiten-, band-, zaagtanden-, rechthoekig gebroken staaf-, en (vooral in Engeland en Normandië) het biljettenfries.

Symbolische figuren verrijken de portalen uit het bloeitijdperk; kolommetjes in de portaalwanden worden vervangen door heiligenbeeldjes, gedragen en gedekt door baldakijns; deze beelden worden ook in de bogen geplaatst, zoodat de bovenste beelden horizontaal liggen. In het betrekkelijk kleine, halfcirkelvormige hoogveld vinden symbolische reliëfs een plaats, b.v. Christus, omgeven door aureool of nimbus, of de symbolen van de vier evangelisten (Mattheus = engel, Marcus = leeuw, Lucas = os en lohannes = ^H-l^rl • ■Mm fc—

engelen, apostelen en kerkvaders. Een beroemd voorbeeld van een Romaansch portaal is dé z.g. „Gouden poort" te Freiberg, begin 13* eeuw.

Diermotieven worden vaak toegepast, maar gebrekkig van opvatting en styleering; het plantornament is eveneens nooit naturalistisch. Uit zware geribde golfvormig gebogen of slapspiraalvormig gewonden stengels ontwikkelen zich de twee-, drie- of vijflobbige, stompe bladeren. Soms zijn de stengels plat als banden en versierd (evenals bij uitzondering de bladeren) met diamant- of spijkerkoppen en bolletjes. Ook ontaarden de bladstengels in een bandvlechtwerk, waarin geen hoofdstengel is te onderscheiden; en uiterst zelden maakt zich het ornament los van den fond. De Noorsche ornamenten, gestyleerde dieren in verband met verwarrende

Fig. 375.

1 en la. St. Front te Perigueux, doorsnede over A-B.

2. Clermont-Ferrand, Notre-Dame du Port.

3. Lyon, Saint-Martin d'Ainay.

4. Poitiers, Notre-Dame-la-Grande.

Fig. 351. Fig.363.a,b.

Fig. 363. m. Fig.363.d,e. i Fig. 363. 1.

Sluiten