Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAANSCHE BOUWKUNST.

375

Keulen, de plafondbeschildering in de abdij van g. 371. St. Michaël te Hildesheim, alsmede de nagebleven schilderingen in enkele Fransche kerken, de Germigny-des-Prés, de kerk te Montmorillon, de kerk te Saint Sa vin zijn voor de kennis van de Romaansche decoratie van het grootste belang.

De Romaansche decoratieve muurschilderkunst staat hooger dan de Gothische; eerstens onderging de laatste (onder invloed van de paneelschilderkunst, sedert de 15* eeuw in' zwang) een principieele wijziging, daar ze een te onafhankelijke rol ging spelen en niet meer direct ondergeschikt bleef aan de architectuur; en tweedens diende geschilderd ornament en kleur tijdens het Romaansche tijdvak uicsluitend om de werking der architectonische onderdeelen te verhoogen. Het Romaansche vlakornament is dan ook meer in overeenstemming met het platte vlak, daar alle licht- en perspectiefeffecten streng gemeden werden, en de

natuurvormen niof- morton „.,„„1, J__i_ » i , .

— uc^uuuui, uutn gescyieera in verband met het karakter van de architectuur, zoodat ze deze voltooiden en afwerkten. De Romaansche decoratieve schilderkunst is dus monumentaal, en brengt het aantal figuren terug tot het hoogst noodzakelijke; zoo wordt b.v. de plaats van de handeling aangegeven door een boom, een tapijt, een venster, zelfs door een op- of bijschrift, alles in vlakke kleuren en tinten in mat opdrogende fresco of temperatechniek, of in lang natblijvende, glinsterend opdrogende olieverf. ')

Gedurende de lle eeuw bleef de muurschilderkunst in Italië

en op Sicilië volmaakt onder Byzantijnschen invloed; Byzantijnsche kunstenaars waren hier werkzaam en vormden in Italië leerlingen, die uitsluitend vormen en techniek overnamen, terwijl ze overigens, wat den inhoud der voorstellingen betreft, onafhankelijk bleven.

376.

Fig. 377. Laat-Romaansch glasschilderwerk uit de Elizabethkerk te Marburg, + 1250.

15.

r>— . „ a * . ,. .

, ... uc vensteropeningen gekleurde glazen te zetten, werd onderbreking van de kleurvlakken der muren, doorkleurlooze openingen, voorkomen. Deze glas-in-lood techniek komt in de Romaansche periode in de Noordelijke landen tot bloei. Daar de vensters klein waren, moest het glas, terwille van het toch al spaarzame licht, zeer doorzichtig zijn; het fonkelde als edelsteenen.

oom of £ TT u T i ^ 9ebmik Va" WaterVerf °P een dr°9en muur' °nd" ^voeging van eiwit, gom of h,m. De frescotechniek daarentegen eischte een natten muur, terwijl als bindweefsel kalkwater en zure melk werd toegepast; de muur werd dan met natte kalk bedekt, en de gebruikte water- of lijmverf verbond zich sche.kund.g met het muuroppervlak, zoodat de schildering slechts tegelijk met den muur kon te niet gaan

soote7™°hed

sporen van bederf, en het teloorgaan van dit meesterwerk is dan ook voornamelijk aan dit procédé te wijten

Sluiten