Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

376 DE ROMAANSCHE BOUWKUNST. S

In het begin werden de teekeningen geheel voltooid op perkament en dan hierop, bij wijze van legkaart, de verschillend gekleurde stukjes glas gelegd, die dan door looden bandjes aan elkaar bevestigd werden, welke looden bandjes tegelijkertijd de omtrekken vormden van de figuren. De fijnere details, b.v. de gezichten der figuren, werden in zwart opgebracht en ingebrand. Ofschoon reeds in de 10e eeuw de mensenfiguur in een ornamentalen rand werd toegepast, werd ze streng gestyleerd.Natuurlijk waren de gekleurde vensters nog veel sterker blootgesteld

aan vernietiging dan muurschilderingen, zoodat er zeer weinig van is overgebleven. Tot de alleroudste behooren de vijf van profetenfiguren voorziene vensters in den Dom te Augsburg (einde 12e eeuw).

De stukken glas, rood, blauw, geel, groen en paars, waren nog zeer klein van afmeting. Voor naakte lichaamsdeelen, als gezicht en handen, werd kleurloos glas gebruikt. Voor de stevigheid werd het geheele venster door horizontale metalen stangen verdeeld in vakken, waarin een medaillon het hoofdmoment van de compositie vormt, in wélke medaillons de heiligenfiguren tegen een blauwen fond werden aangebracht. Langs het geheele venster liep een Romaansche bladrand, terwijl de rest met ornamenteele vullingen werd voltooid, meestal planten geometrisch ornament gecombineerd, en in wit of geel, groen, of paars tegen een donkerder fond goed uitkomend.

De 12e eeuwsche vensters zijn van de 13e eeuwsche te onderscheiden door de reeds genoemde indeeling van medaillons of vierkanten (de diagonaal vertikaal) en met domineerend blauw in de fond. Meer samengesteld zijn 377. de 13e eeuwsche, terwijl ook geheele figuren voorkomen, tegen het einde van deze eeuw staande op een voetstuk, en gedekt door een baldakijn. 12e eeuwsche vensters bevat de kerk te St. Denis, de Kathedraal te Angers, te Le Mans en te Chartres. Niet altijd evenwel werden de glas-in-lood vensters voorzien van gekleurd glas; tot in de 13e eeuw werd het kleurlooze glas veel toegepast uit eischen van licht (kleine vensteropeningen), goedkoopte en uit eenvoudsbeginsel (Cisterciensers). In de 13e eeuw kwam bovendien het z.g. grisaille, kleurloos glas, met bruine arceeringen voor de fond, in toepassing. In Zuid-Europa bleven a jour bewerkte marmeren vensterschotten tot in de 15c eeuw in gebruik, Het klimaat eischte in de Noordelijke landen afsluiting der openingen door glas.

16. De beeldhouwkunst was hoofdzakelijk ornamentaal, de figurale beeldhouwkunst streng decoratief en ondergeschikt aan de architectuur. In de 1 le eeuw was de beeldhouwkunst nog zeer gebrekkig, daar de beeldhouwer nog met de techniek in zandsteen had te worstelen,

Fig. 378. Rome. Kruisgang St. Paul buiten de muren. 3e eeuw.

Sluiten