Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37g DE ROMAANSCHE BOUWKUNST.

Fig. 380. Romaansch woonhuis te Poitiers.

(Naar Havard).

KLOOSTERS EN KLOOSTERKERKEN. I Het waren hoofdzakelijk drie geestelijke orden, die gedurende de middeleeuwen een machtigen invloed uitoefenden op den kloosterbouw, n.1. de Clunyacensers (naar het klooster Cluny, een 10e eeuwsche Benediktijnsche stichting), deHirsauers (naar hetklooster Hirsau in Schwaben) en de invloedrijke orde der Cisterciensers (naar het klooster te Citeaux in West-Frankrijk). Beide eerstgenoemde orden zochten naar verbetering op kerkelijk gebied en naar vrijmaking van het wereldlijke, terwijl de Cisterciencers zich meer toelegden op landbouw en landbouwontginning, en invloed uitoefenden over alle landen van West-Europa.

Kloosters zijn gewoonlijk aan de Zuidzijde van een kloosterkerk gebouwd; portalen in den zijbeukmuur geven toegang tot hetklooster, waarvan de vertrekken zijn gerangschikt om

een met kruisgewelven overdekte arcaden- Fig. 379.

Fig. 378. galerij, de kruisgang, die een open binnenhof omringt, en als wandelgang dienst doet. Een

der mooiste hoven bezit het klooster Puy-en-Valay in rranKnj*. ouwö ^ ™* — gebouwd als centraalbouw (Tempeliers), en ook wel als een cellensysteem voor kluizenaars (Karthuizers).

2 Voornamelijk in den kerkbouw is de invloed van de drie orden door bijzondere eigenaardigheden duidelijk te onderscheiden. Voor de Clunyacensers diende de oude, strenge Abdijkerk van Cluny als voorbeeld; n.1. een horizontaal afgedekte, driebeukige zuilenbasiliek met een Oostelijk transept en twee groote Westtorens boven een voorhal.

Fig. 379. b.

Deze kerk was in 981 gewijd. Dit grondplan, dat door de Hirsauers werd overgenomen en behouden, werd door de Clunyacensers verlaten, toen ze tusschen 1089 en 1131 een nieuwe abdijkerk van Cluny optrokken met 5 beuken twee achter elkaar liggende transepten, kooromgang en kapellenkrans van 5 kapellen. Zoodat het ook in 't vervolg door de Hirsauers gehandhaafde eenvoudige grondplan werd vervangen door een njker waarvan bovendien de dwarsbeuken aan elk der twee armen twee apsiden aan de Oostzijde kregen. Ongeveer 1220 werd de kerk nog vergroot door een driebeukige vóórkerk uit den Overgangstijd naar de Gothiek, waardoor de kerk de lengte had verkregen van de oude St. Pietersbasiliek te Rome. Voor het inwendige werden kostbare marmersoorten gebruikt, terwijl voor het uitwendige een grootsche werking was verkregen door de levendige geledmg

en de 7 torens. * ' . , . .

Naderhand volgden, zij het ook vereenvoudigd, de Cisterciensers dit hoofdtype; de kerken waren dan 3-beukig

Sluiten