Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAANSCHE BOUWKUNST.

383

Fig. 387. De keizerpfalz te Goslar. Gezicht op de palas De steun en 7^7^? ,7dfn' De keiz«aal Iigtin de bovenste verdringen is 57 X 18 M. groot. Links de S. Ulrichskapel, door een aana met de palas verbonden.

traditie van de klassieken, dat de woning moest afgesloten zijn van de buitenwereld: in de muren aan den publieken weg werden vensters aangebracht, fvon toch een kleine binnenplaats worden aangelegd, dan werden hieromheen de dienstvertrekken gerangschikt.

Gewoonlijk gaf een groote boogvormig overdekte opening, die ongeveer de geheele breedte van den gevel innam, toegang tot de verdieping op den beganen grond; somtijds

bevond zich dan nog naast

deze poort een kleinere en smallere ingang, die langs een gang toegang gaf^W^^ rmmte op den beganen grond diende tot uitoefening van het bedrijf, winkel of werkplaats. Ue eerste verdieping bevatte kamers voor de bewoners, verlicht door vensters, terwijl de kamers op de tweede verdieping minder fraai waren en het dak droegen. De vensters waren

'j meestentijds lange, horizontale j rechthoekige muuropeningen,, door j vertikale posten met zullen, voor: zien van kapiteel en basement, inge| deeld tot drie-of vierlichten, elk deel : overwelfd door een rondboog. Ook | komen tweelichten voor, öf rond- Fig. 380. | bogig öf rechthoekig afgesloten. De | posten, die de openingen indeelen, | zijn van steen. Aanvankelijk zeer • klein, afgesloten met luiken of door j blazen of hoornplaatjes, worden ze I allengs grooter. Toch treft men in i het begin, alleen bij patriciërswoi ningen glas aan voor de vensters. Uitwendig domineert het muurvlak, maar toch zijn de vensters in Fig. 381.

Fig. 388. De keizerpfalz te Gelnhausen. G

uw—iz.vAj. L,inks

ingangspoorten,

bouwd van

rechts palas.

Sluiten