Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

588

DE ROMAANSCHE BOUWKUNST.

Van al deze is de keizerpfalz te Gelnhausen (1180—1200) als ruïne in oorspronkelijkén toestand het best bewaard gebleven, en als gerestaureerde burcht de Wartburg.

KERKBOUW IN DUITSCHLAND, OOSTENRIJK EN ZWITSERLAND. 1. Van de groote menigte bouwwerken, die in het Romaansche tijdvak in de Germaansche landen werden gebouwd, zijn er vele verbouwd in de Gothiek. Wederkeerige steun; dien keizers en geestelijkheid elkaar verleenden, was van het belangrijke aantal kerken de oorzaak; bovendien zijn de Duitsche kerken gewoonlijk grooter dan die in andere landen. Waren in Frankrijk en Italië in de Romaansche bouwkunst duidelijk verschillende scholen te onderscheiden, niet aldus in Duitschland, waar bovendien geen bestaande bouwwerken invloed op de architectuur konden uitoefenen.

Een speciaal Duitsch kerktype is dat met een Fig. 347. 6. dubbel koor, één aan de Oost-, en bovendien Fig. 389. nog een aan de Westzijde (Dom te Worms,

Mainz, Laach, etc.) Dit tweede koor, gewijd aan een kerkpatroon of een heilige, vervalt Fig. 348. echter na de 12e eeuw; geen verlies voor de architectuur, omdat nu bij alle kerken de gevel een sprekend, goed tot zijn recht komend onderdeel wordt van het gebouw. De kooromgang met kapellenkrans, zooals die zich in Frankrijk ontwikkelt, vindt maar zelden in Duitschland Fig. 347,379. toepassing; b.v. bij de St. Mariakerk op het kapitool te Keulen, welke kerk bovendien nog Fig. 347. 2. den halfronden transeptvorm heeft. Ook op enkele uitzonderingen na, b.v. de gouden poort te Freiberg, ontbreekt de rijke sculptuur van de Fransche en Italiaansche kerken. In Duitschland zijn in het Romaansche tijdvak drie hoofdcentra van bouwbedrijvigheid; de Saksische landen, de Rijnstreek en Westfalen; waarvan Saksen de leiding neemt op politiek-, zoowel als op wetenschappelijk- en kunstgebied. 2. In de Saksische landen blijft de architectuur lang hechten aan Karolingische tradities; grondplan en opstand worden steeds zeer streng opgevat. Kenmerkend zijn: kruisvormige basiliek met ronde koorafsluiting, apsiden in het transept, toepassing van zuilen en pijlers afwisselend, en twee groote torens aan de Westzijde.

Hildesheim, een Bisschopsrad, bezit een drietal vlak afgedekte basilieken met dubbel koor, dubbelen Fig. 392. dwarsbeuk, en inwendig telkens twee zuilen afwisselend met één pijler, n.1. de Michaëlskerk (1001 — 1190, Fig. 393. gewijd in 1186). en in den ouden vorm herbouwd; de Dom (1122—1190), en de goed bewaard gebleven, Fig. 347. 3. inwendig rijk gedecoreerde St. Godehardskerk (1133—1172).

Fig. 394. Middenbeuk van den Dom te Spiers.

Sluiten