Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAANSCHE BOUWKUNST.

389

3.

De Slot- of Stichtskerk te Quedlinburg (1070—1129) V

is een eenvoudige kruisbasiliek; de Kapittelkerk te Gernrode |

(960 gesticht) is, evenals de Kloosterkerk te Hecklingen j

(1117—1170) veel kleiner, met regelmatige afwisseling van zuilen 1

en pijlers; vooral de laatste is een normaal type van Saksisch- {

Romaanschen kerkbouw met houten zoldering. De Kloosterkerk •

te Paulinzelle (gesticht 1105) en de Stichtskerk te Ham- j

m e r s 1 e b e n (gesticht 1112) waren zuivere zuilenbasilieken, waar- j

vcU UUy aicuu, ue scnuaeracntige ruinen zijn overgebleven; zuivere {

pijlerbasilieken zijn: de Dom te Bremen (gesticht ± 1050), de Lieve Vrouwekerk te Halberstadt (gesticht 1135) en de fraaie Stichtskerk te Königslutter (gesticht 1135) bij B runs wijk, waarvan reeds koor en transept met gewelfzolderingen (zonder ribben) zijn overdekt. Alleen de Dom te B r un s-

wijk (1137—1194) is nog een zuiver Romaansche, en toch geheel j overwelfde pijlerbasiliek; de overige kerken, die geheel overwelfd S zijn, met eenvoudig grondplan en rondbogen voor ramen en por- j talen, doch waarbij reeds de spitsboog inwendig en voor decora- j tieve doeleinden toegepast is, behooren tot het overgangstijdperk I naar de Gothiek. : Tot dit overgangstijdperk behooren: deDomteNaumburg j (1242 gewijd), met 2 koren; de Dom te Halberstadt (1181— ï" 1220); de Lieve Vrouwekerk te Arnstadt; de Dom te { Maagdenburg (gesticht 1209), waarvan de opstand reeds ge- j heel tot het Gothische tijdvak schijnt te behooren; en de Dom m L.

Ereiberg, waarvan slechts de beroemde gouden poort met de eens heerlijk vergulde statuen Romaansch bleef terwijl het geheele overige kerkgebouw bij den herbouw Gothisch werd.

De belangrijkste, op Oud-Saksisch grondgebied gestichte Cistercienserkerk, is die te Riddag sh a usen • de buitenste kooromgang hiervan is door een laag, de binnenste door een hooger lessenaarsdak afgedekt, zoodat van de koorzijde gezien, de drie daken terrasvormig boven elkaar liggen.

In Westfalen dragen de kerken een eenvoudig en praktisch karakter, dat, bij solide constructie en beperkte decoratieve elementen, aan alle noodige eischen voldoet. Meestal ajn het pijlerkerken met drie even hooge, breede beuken, z.g. hallenkerken met kruisgewelven, die b.v. reeds zeer vroeg voorkomen aan de Bartholomeuskapel te Paderborn (1017).

Kruisvormige hallenkerken zijn de Dom te Paderborn (1068) en de Dom te Minden, de eerste met rechthoekje koorafsluiting, de laatste met een Gothisehen kooraanleg. De grootsche Dom te Soest was oorspronkehjk een horizontaal afgedekte pijlerbasiliek, die echter nog in het Romaansche tijdvak van gewelven werd voorzien. 11

Wat betreft de Westfaalsche kerken uit het overgangstijdperk, dient in de eerste plaats genoemd te worden de Dom fc Osnabrack (1256-1291), een overwelfde pijlerbasiliek met 8-hoekige kruising; de Dom te Munster 0225- 261), eveneens een pijlerbasiliekinet dubbel koor en 5-hoekige koorafsluiting; de prachtige L /l, t£ D°rtmund' 601 Wormige basiliek, en de onder den invloed van de Cisterciensers

gebouwde kloosterkerk te Mariënfeld (1222).

Fig. 395.

Kerk te Schwarzrheindorf bij Bonn.

Sluiten