Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

392

DE ROMAANSCHE BOUWKUNST.

Fig. 398. Hoofdportaal van de St. Jacobskerk te Regensburg. (Naar Hirth).

Meestal zijn de kerken kruisvormige pijlerbasilieken, met een toren op de kruising, twee vierkante Westtorens, dikwijls rechthoekig koor, en met een ornamentiek, ontleend aan fantastische mensch- en diergestalten.

De St. Peter- en Paulskerk te R o s h e i m (gewijd in 1049, herbouwd in de 12e eeuw) heeft een Westgevel zonder torens, die door rondbogen is ingedeeld, en daardoor herinnert aan de kerken in Toskane. Afwijkend is eenigszins de Abdijkerk van Murbach (1216), terwijl de Abdijkerk van Mauresmünster en de St. Fideskerk te Schlettstadt het type kerk ui{ den Elzas zeer zuiver vertoonen. Aan de rijk getooide kerk te Gebweiler (1082), vertoonen zich zeer vroeg kenmerken van den stijl uit het overgangstijdperk.

De kerken in Zuid-Duitschland, Zwaben en Beieren onderscheiden zich meer door het ornament dan door plattegrond en ruimteontwikkeling. Werd soms de dwarsbeuk weggelaten, dan kwamen naast het koor twee bijkoren, en torens aan de Oostzijde. Eerst zeer laat komen hier gewelven in gebruik.

De later geheel verbouwde Dom te Augsburg (1077) is oorspronkelijk een pijlerbasiliek met 2 koren, twee Oosttorens en een Westelijken dwarsbeuk. De Dom te Freising (1060—1205) bezit een fantastisch

Sluiten