Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAANSCHE BOUWKUNST. _jQ7

Fig. 416. Dom te Ferrara. (Naar Formenschatz).

Hier zijn belangrijk: de Dom te Bari (1034) en de Dom te Troja (1093-1119), beide zuilenbasilieken; de Dom te Trani, waarin telkens twee zuilen zijn gekoppeld, en waarin de krypt onder de geheèle kerk doorloopt; de kerk San Maria te Foggia, wier krypt volkomen als een ouderkerk is ingericht. Het inwendige van de kerken is geheel in overeenstemming met de prachtlievendheid van de Zuidelijke volkeren. De uit Byzantium afkomstige familie Marmorarii waren hier, wat voor Midden-Italië de Cosmaten waren. Hun decoraties mochten zich zoodanig in den algemeenen smaak verheugen, dat ze navolging vonden tot in Toskane, Rome en op Sicilië. Was de techniek der Cosmaten marmermozaïk, toegepast in geometrische vlakversieringen! de Marmorarii sneden de afzonderlijke ornamenten, als bladranken, bladeren, palmetten etc. uit dunne marmerplaten en bevestigden deze in de plaatselijk verdiepte oppervlakte van de te versieren bouwkunstige onderdeelen. Ten slotte is nog op Italië's Zuidkust deAndreaskerkteAmalfite noemen. 7. Sicilië, het door de natuur zoo rijk gezegende eiland, achtereenvolgens door Grieken. Gothen, Byzantijnen en Mooren veroverd, beleefde onder de uitnemende regeering van de Noorsche koningen een tijdperk van bloei. De overleveringen van de verschillende kuituurvormen werkten hier op gelukkige wijze samen, om een fraai geheel te verkrijgen, waarinde schoonheidszin spreekt van de Grieken wat betreft het streven naar het volmaakte, en de praktische opvatting van de Romeinen, voor zoover het betreft het grondplan van de basiliek, de logische centraalbouw met koepelbouw van de Byzantijnen, evenals de schitterende

Sluiten