Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

424

DE GOTHISCHE BOUWKUNST.

Fig. 435.

1. Pijlerdoorsnede uit Amiens. 5. Balustrade uit Carcassonne.

2. Console uit een kerkje te Clamecy (Frankrijk). 6. Kapiteel uit de Sainte Chapelle te Parijs.

3. Balustrade van de kathedraal te Carcassonne. 7. 13e eeuwsche Fransche nokbekroning van lood.

4. Van een toren van de kathedraal te Amiens. . (Naar Viollet-k-Duc).

worden gedetailleerd naar de bestemming; om de ronde kern worden driekwart zuilen geplaatst, de zwaardere voor dwars- en schildbogen, lichtere voor diagonaal ribben; meerdere ribben hebben rijkere samenstelling tengevolge: bundelpijlers. De profileering houdt weer direct verband met die van de ribben. De pijlers staan onder vertik alen druk, daar aan alle kanten bogen en gewelfribben er door gedragen worden. Anders evenwel is het bij de muurpijlers, daar deze eenzijdig door bogen en gewelfribben worden belast. Ze worden daarom aan de buitenzijde verzwaard: ontstaan van steunbeeren. Bij drie-of vijf beukige hallenkerken was zoo de oplossing eenvoudig, en het geheel werd door één groot dak afgedekt. Als echter de middenbeuk hooger was dan de zijbeuken, werd het bovendeel der middenste rij pijlers ook weer eenzijdig belast; steunbeeren van beneden uit het schip opgetrokken zouden het inwendige ontsieren. Een tegendruk werd in dit geval gevonden in luchtbogen, die over de zijbeuken heenloopend, den druk afvoerden naar de buitensteunbeeren, die men tengevolge

Sluiten