Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

432

DE GOTHISCHE BOUWKUNST.

arcadenkapiteelen en gaat de boogprofileering ononderbroken over in die van den pijler. 2. Het basement. Pijlers en schalken Fig. 434. 9. hebben allen een afzonderlijk basement; de gezamelijke basementenen grondplan als de pijlerdoorsnede) rusten op een vierkanten of veelhoekigen sokkel. Fig.434. 15 Hoe rijker pijlerprofileering, hoe rijker en samengestelder de sokkel, die steeds, op een enkele uitzondering na, op een vierkant gemeenschappelijk plint rust. Zeer eenvoudig is de sokkel van een ronden pijler; meestal is het bovendeel 8-hoekig Fig. 446. ]

en lijkt de sokkel door grootere hoogte op een postament. Rijke bundelpijlers hebben rijke sokkels, steeds samengesteld uit soms zeer vernuftig gevonden prismatische samenstellingen.

Het basement zelf is van een sterk uitspringend gedrukt attisch profiel, met diepe hollijst. De Fig. 440. 11.

onderste torus is niet halfrond, en springt op de hoeken buiten den sokkel uit, op deze plaatsen soms door consoles gesteund. Alleen zeer vroeg komen nog een enkele maal hoekblaadjes Fig. 434. 9. voor. In de Laat-Gothiek bestaat het basement vaak uit een opeenstapeling van gedrukte rondstaven, zonder hollijsten ter afscheiding.

Het kapiteel. Omdat het kapiteel niet meer noodig is om den vertikalen druk op te nemen, verliest het in de Gothiek zijn beteekenis, en vormt ten slotte slechts een decoratieve pijlerverzwaring. In de Laat-Gothiek vervalt het soms geheel, en snijden de ribben direct in de Fig. 434. 3. pijlers in. De hoofdvorm is als die van het Laat-Romaansche, kelkvormig, met een vierkante.

Fig. 448. Gewelfsluitsteen uit Spiers, 14e eeuw.

Sluiten