Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GOTHISCHE BOUWKUNST.

439

Fig. 457. Uit de Nötre-Dame te Dyon, 14e eeuw.

De gewelfvelden zijn van baksteen, gerangschikt in rijen, die rechthoekig staan op de gewelfribben. Ze steunen op een schuinen kant aan de ribben, of wel in een in deze ingehakte sponning. De gewelfsteentjes blijven dan in zicht doch worden ook wel gepleisterd, en in het laatste geval soms beschilderd.

Inde burgerlijke bouwkunst zijn de zolders, zooals die in hetRomaansche tijdperk werden beschreven. De balken worden echter afgeschuind en met profielen verrijkt, die overeenkomen met de besproken gewelfribben. Afwisselend wordt van eenzelfden balk een stuk geprofileerd en blijft een rechthoekig stuk staan. Of wel wordt de geheele oppervlakte met houtsnijwerk versierd, waarvan de fcnd is uitgestoken. Is de zoldering met planken betimmerd, dan komt op de naden een profiellijstje, en wordt het geheel opgevroolijkt door beschildering. 8. Triforiën. De muurvlakken zijn onderbroken door vensters; alleen in de muren van den middenbeuk blijft een muuroppervlak onder de vensters Fig. 454. 3. staan. Daar het dak van de zijbeuken direct boven

de gewelven ligt, ontbreken, behoudens een enkel uitzonderingsgeval in den vroegen Gothi-

schen tijd, gewoonlijk de galerijen. Op dezelfde plaats echter zijn nu open- of blindarcaden aangebracht, boogjes op kleine zuiltjes, welke arcaden slechts onderbroken worden door de verticaal loopende pijlers. Achter deze triforiën ligt een smalle wandelgang, uitgespaard in den muur. 9. Vensters. De dagkanten der vensters zijn sterk naar buiten en naar binnen afgeschuind, en geprofileerd met een combinatie van hollen en rondstaven, ook al weer overeenkomend met de profileering van de gewelfribben. De vensters eindigen naar boven steeds in een spitsboog; Fig. 450. soms zijn zij gecombineerd tot drie lichten, in welk geval het middenste venster hooger is dan de beide zijvensters. Rechthoekig naar boven afgesloten vensters behooren in het late Gothische tijdvak, en dan nog voornamelijk in de burgerlijke bouwkunst. De profileering in de dagkanten van

Fig. 458. Uit de Nötre-Dame te Dyon

Sluiten