Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

442

DE GOTHISCHE BOUWKUNST.

Fig. 461. Saintc Chapelle, te Parijs, benedenverdieping.

twee neuzen ingedeeld in een grooter en een kleiner stuk. Dan verdwijnt langzamerhand de strenge geometrische indeeling, en gaat het traceerwerk ten slotte vooral in Frankrijk over in vlamvormige motieven: de z.g. Laat-Gothische flamboyantstijl. En alle vensters aan eenzelfde bouwwerk worden dan bij voorkeur door verschillend traceerwerk ingedeeld. Fig. 450. 1. Het traceerwerk vindt, in de Gothiek, niet uitsluitend een plaats in de vensteropeningen; Fig. 435. alle opengewerkte bouwdeelen, als balustraden, borstweringen, wimbergen, triforiën, en zelfs gewelfvelden en torenhelmen worden ermede gevuld. Fig. 444.

10. Rad~ of roosvensters. De reeds in het Romaansche tijdperk fraaie roosvensters worden Fig. 450. nu gevuld met traceerwerk. In Frankrijk krijgt het roosvenster de voornaamste plaats in den gevel, boven het hoofdportaal. In de andere landen komt in plaats van het roosvenster gewoonlijk een reusachtig spitsboogvenster, terwijl ook de eindgevels van den dwarsbeuk worden ingenomen door groote spitsboogvensters, soms ter breedte van den geheelen beuk, Fig.450. 10. evenals de roosvensters. Het roosvenster van de Nótre-Dame te Parijs heeft een doorFig. 464. snede van 9 M., dat van de kathedraal te Straatsburg 12.50 M.

11 • Portalen. Decoratief vormen de hoofdportalen het voornaamste gedeelte van het bouwwerk. Fig. 464. De dagkanten zijn sterk schuin, en geheel bezet door zuiltjes of rond- en peervormige staven

Sluiten