Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

452

DE GOTHISCHE BOUWKUNST.

Fig. 475. Truhe, met houtsnijwerk en intarsia 1500, Neurenberg).

bij wijze van balkon. Zeer eenvoudige dorpskerken echter behouden hun door zadeldaken afgedekte torens met driehoekige, soms van trapgevels voorziene topgevels.

Daar het grondplan steeds vierkant is, begint bij groote torens de overgang reeds beneden zich te ontwikkelen door de sterke Fig. 483. verjonging van de Fig. 472. zware hoeksteunbeeren, die door fioelen zijn bekroond. Deze zware steunbeeren verbreeden soms de torenfronten aanmerkelijk, zoo zelfs, dat b.v. bij den Dom te Keulen de torens veel te zwaar zijn tegenover den smallen middenbeuk.

De torens bereiken, voornamelijk door hun spits, soms een aanzienlijke hoogte; die te Ulm is ruim 160 M. hoog, terwijl de Dom te Utrecht 105 M. haalt. In Frankrijk zijn, wegens ontbreken van de helmen, de hoogten geĀ¬

ringer. Voltooide torens zijn ongeveer 5- of 6-maal zoo hoog als breed, de steunbeeren mede gerekend.

Sluiten